Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bloedspuwing

Bloedstelpen

aantal roode en witte bloedlichaampjes met zich meebrengen. De normale getallen hiervoor zijn resp. 41/2 a 5 millioen per mm3 en ï 7000 per mM3. Maar van nog meer belang is, het beoordeelen van de hoedanigheid van de genoemde bloedcellen, b.v. den vorm en de kleurbaarheid van de roode. Voor de witte geldt het om te zien hoe de verhouding van jonge tot oude is; meer jonge, wat men aan den vorm van de kern zien kan, komt vooral bij infecties voor. Men noemt dit een verschuiving van het witte bloedbeeld naar „links”. Voor een dergelijk bloedbeeld wordt een z.g. uitstrijkje, d.w.z. een heel dun bloedfilmpje op een glaasje gemaakt, dat met speciale kleurstoffen gekleurd en onder den microscoop bij sterke vergrooting bekeken wordt.

Bloedspuwing. Als iemand wat bloedig sputum ophoest, is dit nog geen bloedspuwing; daargelaten, dat het bloed uit het tandvleesch of elders uit den mond kan komen, kan bij een heftige hoestbui een „draadje” bloed meekomen, zonder dat men aan dieper gelegen oorzaken hoeft te denken.

Bij een werkelijke bloedspuwing komt het bloed „diep” uit

de longen en is daardoor helder rood, door het hoesten meestal nog eenigzins schuimend. Dikwijls is het ook voor den medicus lang niet gemakkelijk de herkomst van het bloed onmiddellijk te bepalen. Ook de veel verbreide opvatting, dat bloedspuwing altijd "tuberculose” zou beteekenen, is onjuist. Er zijn verschillende longziekten, die met opgeven van bloed gepaard gaan.

In elk geval van bloed opgeven, dient men direct daarna voor de grootst mogelijke rust te zorgen.

Bloedstelpen. Bij een heftig bloedende wond, gaat het er het allereerst om, het bloed te stelpen. Eventueele problemen van infectie, steriliteit e.d. komen in zoo een geval pas later aan de orde. Met name geldt dit voor een „spuitende” wond, waarbij dus een slagader getroffen is. Dit spuiten is zeer opvallend : met krachtige stooten in het rythme van den polsslag, komt er een straaltje helderrood bloed te voorschijn, dat soms een meter en verder spuit!

Het, in oudere handboekjes steeds beschreven, afbinden van een lichaamsdeel, is slechts op zijn plaats, indien de getroffene vervoerd moet worden en men absoluut geen ver-

Sluiten