Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Brandwonden

Brandwonden

ie graad wil zeggen : roodheid (en pijn), de 2e graad : blaren en de 3e graad : diepere weefsel vernietiging. Anderen spreken van een 2e graad, wanneer de wondvlakte (meestal opengesprongen blaren) geïnfecteerd is. Voor de praktijk doen die namen er niet zoo veel toe. Voor de roodheid, den eenvoudigsten vorm van zich „gebrand te hebben”, zijn tal van huismiddeltjes in zwang: melk, boter, een stukje soda enz. Het origineelste is wel: om zich nog eens op dezelfde plaats te branden; ervaring van deze methode hebben vermoedelijk slechts weinigen. De heftige pijn bij zelfs een geringe graad van verbranding is slecht met uiterlijke middelen te bestrijden. Vaseline, lanoline ontspannen de strakke huid een weinig. Een troost is, dat de pijn binnen afzienbaren tijd met of zonder therapie van zelf verdwijnt. Werkelijke behandeling behoeft pas een brandwond met blaren of erger. Bevinden zij zich onder kleeren (de beruchte omgetrokken melkkan bij kleine kinderen 1), dan zullen zij bij het verwijderen er van noodzakelijk open moeten gaan. Anders is het zaak, de blaren zooveel mogelijk heel te laten. Een dichte blaar beschut voor infectie 1

Uitstekende, direct toe te passen middelen zijn : bedekken met een z.g. brand windsel van Bardeleben (met een bismuthverbinding geïmpregneerd) of rijkelijk bestrooien met dermatolpoeder (goedkoop) en daarover heen een gaasverband. Indien dit droog blijft, kan men het laten zitten en de wond daaronder rustig laten genezen. Wordt het vochtig (een teeken van infectie), dan moet het meermalen verwisseld worden. Vastzittende plaatsen met olie losweeken.

Een andere goede behandeling bestaat uit omslagen met (schoone) doeken, ruim gedrenkt in een 1% oplossing van tannine of in het oude middel lijnolie met kalkwater. (gelijke deelen). Indien mogelijk dient echter aan de droge methode de voorkeur gegeven te worden.

Is eenmaal een geïnfecteerde, etterende wond ontstaan, dan moet deze volgens de speciale regels verder behandeld worden. Men dient te weten,dat het weefsel ten gevolge van de inwerking der hitte minder geneeskrachtig is dan na verwondingen en tevens, dat er een groote neiging tot litteekenvorming bestaat. Met name geldt dit voor de heftige verbrandingen, waarbij korstvorming en ver-

Sluiten