Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bijziendheid

Bijziendheid

afstand de voorwerpen scherp kan zien; het woord kortzichtig drukt hetzelfde uit, beteekent echter een overeenkomstige ziele-eigenschap. Men zegt, dat bijziendheid speciaal in de hand gewerkt wordt door veel fijn oogenwerk, veel lezen e.d. en men wijt het toenemen der kwaal bij schoolkinderen aan de meerdere inspanning, die van de oogen gevergd wordt, het gebukt zitten enz.

Deze theorie klopt niet met het feit, dat in vroeger eeuwen, zij het ook anders dan in den vorm van lezen, door de menschen minstens evenveel, zoo niet inspannender oogenwerk gedaan werd (kunstnijverheid, kantwerk) zonder dat gevolg.

Het oog van den bijziende is te lang, het beeld van de voorwerpen op afstand valt vóór het netvlies van het oog. Aangezien de lens wel boller, maar niet platter gemaakt kan worden dan een bepaald minimum, zoo redeneert men, moet een bijziende een bril dragen, die

ook van voorwerpen op grooter afstand een beeld op het netvlies werpt, dat scherp is (zie ook Batesmethode). Deze bril moet met den lens samen dus een minder-bolle-lens vormen, moet dus hol zijn, d.w.z. een verkleinglas. Men zal dus bijziende menschen altijd een bril zien dragen, die verkleint. De graad van bijziendheid wordt uitgedrukt in dioptriën. Als iemand slechts op 50 cm. afstand voorwerpen scherp kan zien en verder weg alles steeds onduidelijker, dan heeft hij een bijziendheid van 2 dioptriën. (Zie ook bij brillen).

Er is een ernstige vorm van bijziendheid, die al op jeugdigen leeftijd begint, snel toeneemt, zeer hooge graden bereikt en door loslating van het netvlies in de zwaarste gevallen tot blindheid kan leiden. Zij moet goed onderscheiden worden van de veel voorkomende geringere en zwaardere graden van bijziendheid, die slechts langzaam veranderen in den loop der jaren.

Sluiten