Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Geboorte

Geboorte

geboorte is dan vrijwel steeds onmogelijk). De schedelligging wordt naar de hoofdhouding van het kind weer verdeeld in achterhoofdsligging, kruin-, voorhoofds- en aangezichtsligging. De stuitligging weer in onvolkomen en volkomen, al naar gelang de beenen omhoog geslagen zijn of het eerst te voorschijn komen.

In verband met den vorm van het geboortekanaal (waarmee men den weg bedoelt, die door het kind tijdens het geboren worden afgelegd wordt) maakt de vóórliggende schedel behalve de vanzelfsprekende voorwaartsche beweging, ook nog een draaiende beweging, ongeveer die van een schroef; men beschrijft dit zoo, dat men zegt dat de schedel met z’n kleinste afmeting (de afstand groote fontanel-achterhoofd) indaalt in de grootste afmeting van den bekkeningang, d. i. schuin van links achter naar rechts voor bij de vrouw (of omgekeerd) De wisseling van de inwendige bekkenafmetingen naar onder toe heeft tot gevolg, dat het hoofd van het kind met de voomoemde afmeting juist in vóór-achterwaartsche richting en daarbij met het achterhoofd naar voren weer onder uit het bekken te voorschijn komt; het heeft dan den z.g. „spildraai”

volbracht. Soms lukt dit niet, wordt de schedel in een ongunstigen stand door de bekkenholte geperst, de geboorte dus belemmerd ; het komt dan dus tot een „onvolledigenspildraai”,eventueel tot een verkeerden spildraai, waarbij b.v. bij een achterhoofdsligging het aangezicht juist naar voren draait en de schedel geen kans meer heeft in de goede richting naar voren om den bekkenrand heen naar buiten te wentelen. Men kent van elke ligging de gunstige wijze van den spildraai, kent dus ook van elke ligging een verkeerden spildraai. In vele van deze abnormale gevallen kan zich de normale geboorte niet voltrekken en komt het tot een z.g. „tangverlossing” (zie aldaar). Indien het kind geboren is, is het nog door de navelstreng met de placenta (moederkoek), die tijdens de geboorte nog aan de baarmoederwand vast zit, verbonden. Het eerste wat gebeuren moet, is deze verbinding verbreken. Dit beteekent voor het kind dat het plotseling van alles afgesneden wordt wat het tot nu toe gevoed en verzorgd heeft; het haalt zelfstandig adem, door nu de buitenlucht in z’n longen te laten binnendringen ; het darmkanaal zal z’n functie moeten gaan verrichten. Het stukje navelstreng,

Sluiten