Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Geslachtsziekten

Gewrichtsmuis

van deze tot de „geslachtsrijpheid”, dan ziet men dat pas op dit tijdstip de kinderziel zoo ver ontwikkeld is, dat zij bewust kan leeren nadenken, dat zij »rijp” geworden is om het bewuste leven op de aarde te kunnen beginnen.

Geslachtsziekten. Men bedoelt hiermede de ziekten, die uitsluitend (of nagenoeg uitsluitend) door geslachtelijk verkeer van de eene persoon op de andere worden overgebracht. Het gaat (in deze streken) om drie ziekten: de gonorrhoe(druiper), de syphilis (harde sjanker) enhetulcus molle(deweekesjanker). De gonorrhoe is een slijmvlies-ontsteking, bij den man van de urinewegen (in den aanvang slechts van het laatste gedeelte), bij de vrouw van de scheede, eventueel op den duur ook de baarmoederholte en eileiders benevens meestal ook nog van de urineuitvoergang. Tevens komt een overgang op de eierstok bij de vrouw, op den bijbal bij den man veelvuldig voor. Het overige lichaam wordt veel zeldzamer aangetast.

De syphilis is een ziekte die zich plaatselijk, d.w.z. in de buurt van de infectie, slechts betrekkelijk gering uit; het z.g. „primair affekt” is een oppervlakkige zweer, die zóó klein kan zijn, dat hij geheel aan de aan¬

dacht van den patiënt ontsnapt. Latere „stadia” van de ziekte vertoonen dan tal van verschijnselen (uitslag, zweren) op het overige lichaam, geen enkel orgaan of lichaamsdeel sparend, zoodat de algeheele infectie hier geheel op den voorgrond staat.

Over gonorrhoe en syphilis wordt in de betreffende hoofdstukken nog een en ander opgemerkt.

Het ulcus molle, de weeke sjanker, is daarentegen een ziekte, die zich weer hoofdzakelijk tot de geslachtsorganen en hun omgeving beperkt. De zweer hoeft hier alweer niet groot te zijn, het hoofdverschijnsel is de sterke ontsteking der lymphklieren die vooral in de buurt van de lies, opzwellen, („bubo”), abscessen verwekken en langzaam genezende zweren vormen.

Gewrichtsmuis. Elk (vreemd) voorwerp, dat los in een gewrichtsholte zit, is een gewrichtsmuis. Dit kan een van buitenaf ingedrongen voorwerp zijn (zeldzaam), meestal is het óf een stukje losgesprongen kraakbeen (door geweld of door een ontsteking van het kraakbeen) óf b.v. een bloedstolsel ten gevolge van een val of een stoot.

Het hoofdverschijnsel is plotse-

Sluiten