Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kleeding

Kleeding

der kleeding. Hier wordt niet bedoeld het nog veel meer omvangrijke hoofdstuk der vrouwenkleeding wat mode en conventie betreft, doch meer dat van de vragen: wat moet men aan onderkleeren dragen (of niet-dragen), moet men met of zonder hoed loopen in den winter enz. Een vasten regel te geven in alle gevallen is ook daarom onmogelijk, omdat de gewoonte en gewenning van jongs af aan er al zooveel toe doet. Iemand, die uit Indië hierheen komt en iemand die uit Groenland komt, zullen zich zeer verschillend kleeden (en gevoelen) in ons klimaat. Wie gewend is is nachts „koud” te slapen, zich altijd met koud water te wasschen zal zich makkelijker aan verschillende temperaturen aanpassen dan degene, die altijd aan en door „centrale” verwarming ge- en verwend is.

Veel ouderwetsche menschen zweren bij „wol op ’t lijf”, meer moderne beschouwen dit vaak als een verderfelijk verwennen. Goed is het om te weten, dat de mensch er op aangewezen is, z’n eigen warmtegraad binnen zijn kleeren te handhaven en toch in een voortdurende wisselwerking met de omgevende lucht te staan door de verdamping op de huid. Niets inderdaad

vereenigt zoo ideaal deze twee mogelijkheden als wol, wat niet wegneemt, dat het met andere stoffen ook voldoende te bereiken is. Het spreekt ook vanzelf, dat in den winter een heel wat dikkere bedekking daarvoor. noodigisdan in den zomer. Men kan zonder moeite voelen, dat gummi-regenjassen op langere tochten ongezond moeten zijn, omdat ze veel te weinig verdamping toelaten; men transpireert er al gauw danig onder en kan dit niet „verwerken”. Wie te dun gekleed gaat, wordt te veel door de omgevende koude „aangevallen”; er wordt snel warmte aan de huid onttrokken. Dit warmteverlies geI schiedt ten koste van het algeheele weerstandsvermogen en het gevaar voor „kou-vatten” ligt voor de hand.

Ook voor wie b.v. in ’s morgens een koude douche nemen met daarna flink afdrogen en warm kleeden een goede hardingsmethode ziet (en het is voor velen aanbevelenswaardig) kan de vraag rijzen, wat voor zin het heeft om een koude knie te hebben tusschen een warm onderbeen en een warm onderlichaam. Men kan de zaak bekijken hoe men wil, het dragen van bloote knieën door weer en wind, ook al hebben talloozen er geen (bekend)

Sluiten