Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kleptomanie

Kleurenblindheid

dient echter toelichting. Immers niet iedere steelzucht is kleptomanie ; het vergaren van dingen, waarmee men niets kan beginnen is een van de hoofdkenmerken. Een dief daarentegen steelt iets om een bepaald voordeel te behalen. Kenschetsend is verder de onweerstaanbaarheid van den drang, die op den duur met geen dreigementen is te remmen. Meestal gaat het om kleine dingen van opvallend weinig waarde. Men zou de kleptomaan kunnen omschrijven als iemand die met zijn vingers ziet in plaats van met zijn oogen; zooals onze blik onweerstaanbaar naar bepaalde dingen getrokken kan worden, zoo grijpen zijn vingers onweerstaanbaar naar de gezochte voorwerpen. Uitdrukkelijk dient men te weten dat vele kleptomanen lang onontmaskerd blijven. Zij weten hun afwijking te verbergen. Als het nog kinderen zijn vallen ze gauwer door de mand.

Het woord wordt veel misbruikt; echte kleptomanen komen niet veel voor. Vooral bij kinderen moet men het begrip wel zeer scheiden van de vergrijpen in een periode, die heel veel kinderen doormaken, waarin zij het duidelijke besef van eigendomsrecht nog niet bezitten (wat trouwens ook maar een

betrekkelijk begrip is !) en niet kunnen nalaten zoo nu en dan hun hand naar zeer begeerde dingen uit te steken. „Gappen als een raaf” zegt de volksmond, maar de raaf gapt slechts blinkende voorwerpen, met zorg uitgezocht en het kind, dat „gapt” gebruikt evenzoo zijn buit om een onbevredigden wensch te kunnen vervullen. Deze voor de ouders wel eens wat zorgvolle tijd gaat meestal voorbij, zonder blijvende sporen te behoeven na te laten.

Kleurenblindheid. Onze zintuigen zijn lang niet bij elkeen in gelijke mate en op gelijke wijze ontwikkeld. Er zijn menschen, die bepaalde dingen niet kunnen ruiken, weer anderen nemen daar, waar de meesten niets bespeuren, een zeer bepaalde geur waar en evenzoo is het met het proeven. Wanneer twee menschen even goed vormen kunnen onderscheiden, is het nog best mogelijk, dat ze, wat kleurgevoeligheid betreft, zeer verschillend van aanleg zijn. Dergelijke verschillen vallen aanvankelijk weinig op; personen, die b.v. groen of geel of blauw in ’t geheel niet zien zijn zeer zeldzaam. Men bemerkt bij dezulken, dat zij niet alleen met een dezer hoofdkleuren, maar ook bij de complementaire kleur dan groo-

Sluiten