Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nierbekkenontsteking

Niersteenen

geziekt” worden, doordat het gevaar voor een terugval groot is. Kleine kinderen en zwangeren schijnen een zekere prae-dispositie (voorbeschikking) voor de ziekte te hebben, maar geen enkele leeftijd sluit het krijgen van een nierbekkenontsteking uit. De ziekte neigt ertoe sleepend te worden, d.w.z. dat zeer geringe klachten nog maandenlang kunnen blijven bestaan, al of niet met heftige opflikkeringen.

Het meest neigt de tuberculeuze ontsteking tot chronisch worden, die trouwens zelden zoo acuut begint. Dikwijls ook is het de daarop volgende blaasontsteking die ten slotte blijft sleepen, terwijl de slijmvliezen ,,hooger op’ ’ alweer tot rust zijn gekomen. Hoofdaanleiding voor het ontstaan der ziekte is kou-vatten; na te koud zwemmen ziet men meer dan eens een ontsteking der urinewegen ontstaan. De tuberculeuze nierbekkenontsteking ontstaat wel steeds als gevolg van een overeenkomstige nieraandoening.

Een enkele maal komt een opstijgende nierbekkenontsteking voor als gevolg van een gonorrhoesche blaasontsteking. Patiënten, die tot de ziekte neigen, dienen altijd van onderen zeer warm gekleed te gaan.

Niersteenen.Niersteenen zijn verhardingen, „concrementen” die ergens in de urineafvoerbuizen ontstaan. Deze beginnen al in de nier, (als zeer fijne kanaaltjes, welke in het nierbekken uitmonden); vanaf het nierbekken loopt de urineleider naar de blaas omlaag (zie de teekening bij blaasontsteking) ; van de blaas naar buiten voert de urine-uitvoergang. Overal in deze urinewegen kunnen niersteenen aangetroffen worden. Welhaast zeker ontstaan ze alle in de fijnere kanaaltjes waar deze nog in het nierweefsel ingebed liggen. Op hun weg omlaag, vooral ook bij langer verblijf in het nierbekken kunnen ze echter beduidend grooter worden.

Met behulp van een Röntgenfoto kunnen niersteenen zichtbaar gemaakt worden. Niet elke steen geeft daarop weliswaar een even duidelijke schaduw. Men kent tegenwoordig ook methoden om door middel van vloeistoffen, die men in de urinewegen opspuit, het geheele complex dier kanalen op de Röntgenfoto zichtbaar te maken en daardoor dus ook eenigerlei onderbrekingen of afwijkingen van de holten.

De urinewegen zullen den daarin aanwezigen steen trachten uit te drijven, evenals dat met

Sluiten