Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vermoeidheid

Verstopping

den, die ook het stoffelijke aandeel van de gewaarwording „moe zijn” verklaart. Moeheid is een zeer relatief begrip. De een is het oneindig veel gauwer dan de ander. Men stelt zich wel voor, dat de afbraakstoffen die in ’t lichaam door werken en bewegen (ook door denken etc.) ontstaan, het lichaam a.h.w. vergiftigen en op den duur vermoeidheid verwekken. Men verschuift echter het probleem daarmèe, want waarom zouden die stoffen dan moeheid veroorzaken en andere niet ? Eén hoofdgezichtspunt blijft er altijd: moeheid berust op een wanverhouding tusschen lichaam en zieleleven en wel in dien zin, dat de lichamelijke processen, voorzoover zij van zuiver stoffelijken aard zijn, niet geheel „overwonnen” kunnen worden: Wie moe is voelt z’n lichaam te veel.

Ook zonder normale bezigheid kan moeheid, vermoeid zijn, ontstaan en wel door ziekte of ziekelijke toestanden. Zwakke menschen kunnen zich doorloopend moe voelen.

Bij tuberculose, nierziekten, suikerziekte, de ziekte van Basedow, bij de ziekte van Addison, (een aandoening van de bijnieren) e.a. kan het gevoel van moe-zijn zelfs overweldi- ; gend op den voorgrond treden.

Zulke personen zijn zelfs ’s morgens soms nog meer moe dan ’s avonds. Steeds zal men met abnormale stofwisselingsproducten te doen hebben, die niet op de gewone wijze „verwerkt” kunnen worden.

Verpleging. (Zie Ziekenverpleging) .

Verstopping. Talrijk zijn alweer de redenen, die aanleiding kunnen geven tot verstopping of constipatie. In hoofdzaak kan men twee groepen opnoemen : de eene, waarbij de voortbeweging van het voedsel verhinderd is, door vernauwing van den darm, kramp e.d., dus dus eigenlijk gezegd „een wegversperring”, de andere waarbij de voortstuwing door de darmwerking op zichzelf te zwak is. Het is te begrijpen dat het beeld dezer verstopping zeer gauw en gemakkelijk (en bij iedereen haast weleens) kan optreden, als men eraan denkt, dat de voedselbeweging in den dunnen darm betrekkelijk snel geschiedt om in den dikken darm een veel langzamer tempo te krijgen, waarbij dan de indikking van de massa plaats vindt. Er is een voortdurend evenwicht tusschen die twee rythmen; een geringe verschuiving ten gunste van de laatste is al voldoende om een tragere ontlasting te veroorzaken.

Sluiten