Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voedingsstoornissen

bij zuigelingen

Ï'rC ^ in de ÏÏi'i— in gezien kan ’gl'beduidt het afstap-

difmêJ1 8maa»d.n nog alles pen van moedermelkvoedmg een

k teer. a* flesch weieeren, ande- wennen aan eenzijdigheden. Semetdl^Sïïopeen Zelfs koemelk is al teer oenkaakie knabbelen. In ’t alge-\schoven" tegenover moedermeen is langzaamheid geboden; melk en eischt aanvulling (sui-

meLkvoedeser g^eÜ I ** Het f&pelijk, dat er licht GdeïeSk aan worden de pap- een onregelmatigheid sluipt in fas Ser en In vervangen die overgang. Evenzeer da een door meer gewone kost (aan- voedingsstoornis bij een volledig

1 r b- nno als ourée”. borstkind vrijwel nooit van veel Ê^ln kïïoteu dï £« één betookonle kin zij», indien teniaar a” met de pot mee eten”, minste geen andere afwijkingen Menige” moeder benijdt de- de hand erin hebben en de «lenige moe voedingsstoornis dus slechts

zulken. /. .

r V—ootnfseen bij kunst-

‘ïï ,Sfa Et «orden kin- voeding uiten zich m een onvolSen gïdï oot gebracht met doende (of op abnornude wipe) tomatenpur^ met beschuit; an-1 vwwerkt

deren zelfs heelemaal met rauw- mhoud

ssze i“ho?en ^r?tk.,bSLrf.TS‘d,T»^:

in 't nadeel der zuigel.ng) "h»'het ,ochtToSunaBBWO,uiSSen <bS verlies v^l». de kindek» snel

aiügelin9en). De mergang a in «er ontstaan, dat

™„“°"s r heSe Sérhts me. ,ed moeke = «

sa. ^

£52*3 •£*£ | luiers zijn vaak sterk slijmerig.

Sluiten