Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zuigelingenverzorging

Zuigelingenverzorging

meestal bestaat er hooge koorts. In de schaduw brengen, zoo snel mogelijk afkoelen (koude omslagen om ’t heele lichaam) kunnen soms nog redding brengen. Ten allen tijde dient men van het groote gevaar eener zonnesteek op de hoogte te zijn.

Zuig elingen verzorg ing. Onder verschillende andere paragraphen (voeding, borstvoeding, babygymnastiek, harden) is al het een en ander gezegd betreffende dit onderwerp. Uitgebreide boeken zijn hierover verschenen zooals: „kindergeneeskunde” (Gorter) „kraamverpleging” (Kouwer). Uit hetgeen hier in bovengenoemde hoofdstukken is opgemerkt blijkt al dat de verzorging van den zuigeling behalve liefde en zorg ook eenig inzicht behoeft in het wezen van het kleine kind. Een zuigeling heeft zijn eigen wetten die overgevoerd moeten worden in die van het latere leven.

Drie hoofdeischen mogen hier genoemd worden. Als eerste het rhythme bij alle gebeurtenissen. Niet voor niets worden de voedingen zoo zorgvuldig op tijd gegeven; niet alleen uit materieele overwegingen geschiedt dit, doch ook omdat het de beste wijze is het lichaam zich te doen aanpassen aan de nieuwe omstandigheden. (Tot

lang in de jeugd blijft het kind in hooge mate ontvankelijk voor rythmische invloeden; het houdt zich ook het liefst bezig met spelletjes en grapjes die ontelbare herhalingen kennen). Ook alle andere verrichtingen, baden, verschoonen, enz. dienen zoo veel mogelijk op tijd te geschieden.

De tweede eisch is warmte. Niet iedereen neemt tegenwoordig dit standpunt in. Onder harden is hier al iets over gezegd. Hier wordt gemeend, dat een kind zoo lang mogelijk onder den verzachtenden beschuttenden en koesterenden invloed moet blijven die van warmte uitgaat. Moge het „heet bakeren” ook in vroegere tijden door wanbegrip ontaard zijn, zeker heeft een beter inzicht nog vroeger eens tot die methode geleid. Als derde geldt de zorg voor de rust en de harmonie in de omgeving. Is het helaas ook niet mogelijk onze kinderen in de groote steden te onttrekken aan de onrust en ’t lawaai, dat stadsleven nu eenmaal met zich meebrengt, met even veel klem moet men weten, dat de geestelijke spheer in de omgeving zeker van minstens even groot belang is voor de ontwikkeling van het jonge kind. Men redeneere niet: het kind hoort of begrijpt toch niets van zulke

Sluiten