Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoolang hij ziek bleef. Het huishouden van mijn vriend op een landgoed onderscheidde zich reeds vóór den oorlog door een humane opvatting tegenover de bedienden. Zijn personeel kon, als zij wilden, aan zijn tafel eten. Enkelen deden dit, anderen voelden zich weliswaar prettiger onder elkaar, maar alleen al het gevoel, dat zij aan de heeretafel waren genoodigd, veranderde hun gezindheid. Het feit, dat de werkgever zich een beter mensch voelde, bestond niet meer, ofschoon zulk een maatregel zeker tegenwoordig niet in iedere huishouding door te voeren is.

Bij een volksstemming kreeg mijn vriend eerbewijzen, waarop hij recht trotsch is. De ware achting van de menschen voor elkaar, onverschillig welke sociale plaats ieder persoonlijk inneemt, moet den een of anderen dag doordringen, moet leiden tot datgene, dat het Recht op Leven heden wil bevorderen. Natuurlijk verkeeren bepaalde standen liever onder elkaar, maar alle moeten voor elkander precies dezelfde achting toonen, want alle zijn beslist onmisbaar en noodig. Geen enkele arbeid moet daarom meer „minderwaardig" worden genoemd. Ieder werk is voor het geheel van dezelfde waarde en ieder achtenswaardig, die zijn plicht doet.

Een andere bedenking, dat rijkdom slechts bestaan kan, als er armoede bestaat, is onjuist. Zoodra het E. o. L. vaststaat, kan er de grootste weelde zijn, want de ons aangeboren afgunst wordt oneindig minder, als een ieder het noodige om te leven door den Staat wordt gewaarborgd. Nooit zullen vorsten vaster op den troon zitten en nooit zullen republieken en andere constituties vaster staan, dan wanneer deze op hetE. o. L. gegrondvest zijn, want dit recht maakt iedere omverwerping onmogelijk.

Intusschen kan de ware vrijheid alleen door scherpe wetten worden bereikt, want juist al te groote vrijheid van den enkeling brengt de anderen in de grootste onvrijheid, voert maar al te dikwijls tot obsolutisme.

De eenige zonnestraal, die altijd voor ons geschenen heeft, is het feit, dat de meeste menschen, de zielszieken, die er meer zijn dan men denkt, zijn uitgezonderd, in de kern goed zijn, en dat het vreeselijke bijna altijd van enkelen of van kleine klieken komt, die oorlogen uit hebzucht, nijd, wraakzucht, overmoed of onder godsdienstige voorwendsels ver-

Sluiten