Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meestal niet eens en de directie weet meestal zelf niet, in welke handen de aandelen zich op een zeker ogenblik bevinden. De aandeelhouders bemoeien zich doorgaans zeer weinig met het bedrijf zelf.

Naast de Naamloze Vennootschap is van belang te vermelden de Coöperatieve vereniging. Het verschil tussen de Naamloze Vennootschap en de Coöperatieve Vereniging in Nederland bestaat voornamelijk hierin, dat bij de N. V. het uitsluitend doel van de deelnemers is om zo veel mogelijk financiële winst te behalen met het geld, dat ze er in gestoken hebben (hun geld zo rendabel mogelijk te maken), terwijl de Coöperatie als doel heeft: speciale stoffelijke belangen van de leden door samenwerking te bevorderen, bijvoorbeeld: landbouwers richten een fabriek op om voor gezamenlijke rekening hun zuivelproducten te verwerken en tegen zo hoog mogelijke prijs te verkopen, of arbeiders richten tezamen een winkel van levensmiddelen op om op die wijze zo goedkoop mogelijk die levensmiddelen te kunnen kopen. De band, die de leden van de Coöperatie samenhoudt, is dus uitsluitend een economische band. De gebondenheid is hier evenwel sterker dan bij de Naamloze Vennootschap. De leden van de Coöperatie kunnen maar niet op elk ogenblik willekeurig zich aan de samenwerking onttrekken; hiervoor is in den regel een opzeggingstermijn nodig, terwijl men meestal nog enige tijd na de uittreding aansprakelijk blijft voor de schulden der Coöperatie, ontwikkeling In vroegere tijden ging ook in Europa de gemeenschappelijke van de ge- procluctie Veel meer samen met sociale gebondenheid. Familie-

meenschappe- 17 t

ïijkc productie productie bestond er op de landgoederen, de Latifundia, van in Europa. Romeinse heren en de Vroonhoeven van de Germaanse groten. Hier geschiedde de productie door de familieleden met behulp van slaven of lijfeigenen. Toen na de kruistochten de steden zich begonnen te ontwikkelen, werd buiten de steden de landbouw uitgeoefend door gezins- of familieproductie, terwijl binnen de steden de handwerksnijverheid werd uitgeoefend door de gilden. Een gilde was een productie-vereniging, die door de stedelijke overheid was gereglementeerd. De overheid stelde voor de producten van die gilden soms zelf de prijzen vast. Men mocht alleen een bepaald handwerk uitoefenen, wanneer men als lid van een gilde was toegelaten; dus vrije concurrentie bestond er niet. De leden van een gilde waren

Sluiten