Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de producenten niet meer uitsluitend voor eigen behoeften produceren; wanneer dus de individuele producent, of de producerende gemeenschap, goederen voortbrengt, die geheel of gedeeltelijk bestemd zijn voor de behoeftenbevrediging van andere producenten, terwijl ze in ruil daarvoor de beschikking krijgen over goederen ter bevrediging van eigen behoeften.

Geid. De ruilhandelingen kunnen geschieden met of zonder gebruikmaking van een ruilmiddel. Het ruilmiddel, meestal genoemd: het geld, dient om het ruilverkeer gemakkelijk te maken. Het ruilen zonder geld levert vele moeilijkheden op. Practisch is dat alleen mogelijk bij goederen, die gemakkelijk deelbaar zijn, zoals landbouwproducten, grondstoffen, arbeidskracht. Immers de goederen worden in het ruilverkeer geruild in een bepaalde verhouding, volgens een bepaalde „ruilwaarde", waarover we later uitvoerig zullen spreken. Wanneer men dus arbeidskracht wil ruilen tegen padibossen en de ruilverhouding is zodanig, dat 2 dagen arbeid gelijk staat met 45 padibossen, dan levert ruilen, zonder dat er geld bij te pas komt, geen bezwaar op. Iemand, die een dag werkt, ontvangt zz\ padibos, werkt hij 3 dagen, dan krijgt hij 67\ padibos enz. Moeilijker wordt het, wanneer men goederen ruilt, die bezwaarlijk, of in het geheel niet, deelbaar zijn, bijvoorbeeld: fietsen, schrijfmachines, huizen. Wanneer 2 schrijfmachines verruild worden tegen 5 fietsen, dan kan men moeilijk 1 schrijfmachine verwisselen tegen fiets. Verder is er nog een andere moeilijkheid. Iemand, die een kast wil verruilen tegen voedsel en kleren, zal moeilijk iemand anders kunnen vinden, die de kast verlangt te bezitten en tevens de hoeveelheid voedsel en kleren wil afstaan, welke door eerstgenoemde persoon gewenst wordt.

Om deze moeilijkheid uit de weg te ruimen, gebruiken de mensen bepaalde goederen als ruilmiddel. Reeds de Egyptenaren gebruikten ± 3000 jaar v. Chr. koper en goud als ruilmiddel. Ook andere goederen, zoals schelpen, ivoor en pelterijen, hebben dienst gedaan als ruilmiddel. In de tegenwoordige tijd zijn goud of zilver (of stukken papier, die de waarde vertegenwoordigen van een zekere hoeveelheid goud of zilver) het voornaamste ruilmiddel. De goederen, die men nu kwijt wil zijn „verkoopt" men tegen een hoeveelheid geld aan personen, die de goederen nodig hebben en voor dit geld „koopt" men de goederen, die men zelf nodig heeft, van andere mensen.

Sluiten