Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gouvernement en de Provincies in totaal uitgegeven ongeveer ƒ 7.000.000,— en voor herstel en onderhoud ongeveer ƒ 3.000.000,—. In verband met het feit, dat reeds tal van jaren door de overheid op die wijze gelden zijn besteed voor het aanleggen van irrigatiewerken, kan men dus zeggen, dat de inheemse landbouwer zijn bedrijf uitoefent, voor een belangrijk deel, met kapitaalgoederen, die hij niet door eigen besparing heeft verkregen, maar die hem door de overheid zijn verstrekt en zijn betaald met geld van de Overheid; door de verhoogde opbrengst van de Landrente worden deze gelden in vele gevallen weer aan het Land terugbetaald.

Tenslotte is van belang er op te wijzen, dat de opbrengst Andere van de gronden, die bij de inheemse bevolking in gebruik ™^eg'*nng to' zijn, dikwijls aanzienlijk kan worden verhoogd: van de

i°. door het bedrijf meer volgens de stand van de techniek van

uit te oefenen, dus door betere landbouwwerktuigen te gebruiken, betere bemesting, de planttijd zo voordelig mogelijk te regelen, de veestapel te verbeteren;

2°. door elk stuk grond te beplanten met het gewas, waartoe

de grond het meest geschikt is;

3°. door ruilverkaveling van de gronden toe te passen. Men spreekt van ruilverkaveling, wanneer in een bepaald gebied door onderlinge ruil van gronden de particuliere grondbezitters de grenzen van hun bezit zo regelmatig en doelmatig mogelijk regelen. Dikwijls komt het voor, dat door vererving of verkoop de stukken grond, die aan elk particulier bezitter toebehoren, een zeer ondoelmatige vorm hebben; bijvoorbeeld: de gronden van één persoon liggen in brokstukken verspreid, hebben een vorm, die te lang gerekt of te onregelmatig is. Door ruilverkaveling kan dan elk bezitter een stuk grond van behoorlijke vorm krijgen. x)

*) De volgende cijfers geven een beeld van het aantal grondstukken in verhouding tot het aantal grondbezitters op Java en Madoera (zie Statistisch Jaaroverzicht over 1931, pag. 198).

ai ai Aantal

Aantal Aantal grondstukken

grondbezitters grondstukken per bezitter

1925 5-720.433 16.290.042 2.85

1928 6.148.008 16.725.152 2.72

1931 6.840.248 19.157.694 2.80

Sluiten