Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stelling heeft van het onderscheid tussen domeingrond (grond in eigendom aan het Land behorende), de zogenaamde eigendomspercelen (stukken grond niet groter dan 10 bouw, die aan particulieren in eigendom behoren) en de Inlandse bezitsrechten x).

Het bezitsrecht kan men beschouwen als het recht om zich als heer en meester over de grond te gedragen met inachtneming van de wettelijke bepalingen en de adatinstel lingen.

De voornaamste beperking van de vrije beschikking van den bezitter over zijn grond door de wet is deze, dat de bezitsrechten niet kunnen worden uitgeoefend door uitheemsen; dus overgang van deze rechten door verkoop, schenking of nalatenschap aan uitheemsen is niet mogelijk. Voorts kan de vrije beschikking over de grond op verschillende manieren door regels van het adatrecht belemmerd worden. We komen hierop terug bij de bespreking van de grondprijzen.

Men onderscheidt twee soorten van inlandse bezitsrechten, n.1. communaal bezitsrecht en erfelijk individueel bezitsrecht. Het verschil tussen deze twee vormen van bezitsrecht bestaat in het volgende. Het communaal bezitsrecht behoort aan een dorpsgemeenschap (desa) of familiegemeenschap. Op Java, waar communaal bezitsrecht van de desa veel voorkomt in Middenen Oost-Java, wordt het bezitsrecht van de desa in werkelijkheid uitgeoefend door een bepaalde groep van desabewoners, (de gogols, koelies). Aan deze personen worden bepaalde gedeelten van de gemeenschappelijke grond toegewezen om daarvan de voordelen te trekken. Soms wordt de grond periodiek, hetzij elk jaar, hetzij telkens na een bepaald aantal jaren, verdeeld en ook zijn er vele desa's, waar de grondstukken aan de gogols voor hun leven worden toegewezen. Men spreekt in het laatste geval van communaal bezit met vaste aandelen. Het erfelijk individueel bezit behoort niet aan een gemeenschap maar aan individuele personen.

*) De wettelijke regelingen en adatinstellingen omtrent de rechten, die op grond worden uitgeoefend, (het „agrarisch recht") doen hun invloed gelden op de organisatie van het landbouwbedrijf, de koopwaarde en huurwaarde van de gronden en zijn dus voor de economie van grote betekenis.

Sluiten