Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bewerken; deze slaven hadden dikwijls een vrij behoorlijk bestaan. Voor Palembang wordt vermeld, dat de slaven eigen gronden mochten bezitten; in de Lampongsche districten schijnt dit meestal niet geoorloofd geweest te zijn. Van Gorontalo wordt vermeld, dat de horigen het land van de adel bewerkten; de opbrengst was geheel voor de landheren terwijl de bewerkers slechts ontvingen wat ze voor hun eigen levensonderhoud nodig hadden 1). Van de Toradja's wordt medegedeeld, dat slaven dikwijls werden gehouden als teken van welstand, dus niet met het doel er zoveel mogelijk van te profiteren. Hoe meer slaven men bezat, des te hoger stond men in aanzien. Van de landbouwslaven in Zuid-Celebes wordt vermeld, dat ze in den regel niet meer kregen, dan ze voor hun levensonderhoud nodig hadden.

In Zuid-Bali vond men horigen, die een bepaald stuk grond kregen toegewezen voor eigen levensonderhoud en overigens verplicht waren de sawahs van den vorst te bewerken (of om niet of tegen een kleine vergoeding) en bepaalde diensten te verrichten. Men onderscheidde roban pengajak, die een sawah in erfelijk vruchtgebruik kregen en de roban paoeman; de laatsten kregen gronden toegewezen, die ze gezamenlijk moesten bewerken (sekehe roban). Op Lombok had de vorst van Bali, na de verovering in 1740, gehele dorpen met bijbehorende gronden aan zijn legeraanvoerders en familieleden geschonken. De bewoners van die dorpen, de sepangan's, waren verplicht, onder toezicht van een rentmeester, de gronden welke tot die dorpen behoorden, te bewerken op zo voordelig mogelijke voorwaarden voor den eigenaar.

Voor Java en Madoera moet onderscheid gemaakt worden tussen West-Java enerzijds en Midden- en Oost-Java anderzijds. In het laatstgenoemde gebied heeft de vorstenheerschappij haar stempel gedrukt op de economische omstandigheden van de bevolking, vooral op Madoera en het gebied dat samenvalt met de tegenwoordige Vorstenlanden. De bevolking verkeerde daar in een afhankelijke positie, doordat eigen grondbezit niet mogelijk was. Men had slechts een bewerkingsrecht op de grond van den Vorst. De bevolking

*) Dr. A. M. P. A. Scheltema, Deelbouw in NederlandschIndië, pag. 333.

Sluiten