Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

behield in den regel van de oogst zoveel, als nodig was voor eigen levensbehoeften en de rest kwam aan den Vorst, zijn dienaren of familieleden en de rentmeesters (hekels). In WestJava schijnt men een dergelijke invloed van de Vorsten niet

gekend te hebben.

In de tijd van de Verenigde Oostindische Compagnie werd de bedrijfsvrijheid van den inheemsen tani belemmerd door de zogenaamde „contingenten en leveranties". De Vorsten en Hoofden hadden zich verplicht producten, die op de Europese markt verhandelbaar waren, te leveren en derhalve ,,deden zij hun invloed gelden" op de bevolking om die producten te telen. Deze gedwongen cultures kwamen overal voor waar de V. O. C. macht uitoefende.

De verplichte leveranties werden afgeschaft tijdens het Engelse tussenbestuur en vervangen door het Landrentestelsel, waarover later meer.

In de periode van 1830 tot ongeveer 1860 kwam het systeem van gedwongen cultures weer in gebruik. Er werden overeenkomsten met de bevolking gesloten om, ter vervanging van de landrente, (de landrente bestond bijvoorbeeld hierin, dat men f deel van de oogst moest afstaan) een zeker deel (bijvoorbeeld 1 deel) der gronden te beplanten met handelsproducten, zoals koffie, indigo, suiker, en deze producten aan de overheid uit te leveren. Het cultuurstelsel is afgeschaft wegens de grote misbruiken, die bij de toepassing ontstonden. De praktijk kwam hierop neer, dat aan den landbouwer slechts een bestaansminimum was verzekerd terwijl hij overigens gedwongen was, zijn arbeidskracht ter beschikking te stellen van de overheid.

Na de afschaffing van het cultuurstelsel, omstreeks 1860, werd de landrente weer ingevoerd; het is geen wonder, dat deze afschaffing ongeveer samenvalt met de wet tot afschaffing van de slavernij in 1859. een bewijs, dat er andere ideeën bij de bewindhebbers waren doorgedrongen. In 1866 werd bekend gemaakt een proclamatie van den Gouverneur-Generaal, waarin onder meer werd gezegd, „dat de Koning aan de bevolking van Java de plechtige verzekering gaf, dat zeer ernstig zou worden gewaakt tegen alle inbreuk op de gebruiksrechten, die op de grond werden uitgeoefend". In 1867 werd door den Koning het bevel gegeven een onderzoek in te stellen naar de

Sluiten