Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mate voordoet, en men dus zo streng mogelijk volgens het economisch principe moet werken, zou derhalve deelbouw geen geschikt systeem zijn *).

Wat de verstrekking van de kapitaalgoederen en betaling van belasting betreft, kan men allerlei verschillen aanwijzen. Soms zorgt de bewerker daarvoor, soms de rechthebbende en soms ieder voor een deel. De bemoeienis van den rechthebbende met het bedrijf kan zijn: veel, weinig of helemaal niet. Dit hangt alles af van de vermogenstoestand van beide partijen, van de gewoonte, van de vraag, of de rechthebbende zelf een deskundig landbouwer is of niet.

Deelbouw komt in de gehele Indische Archipel voor in allerlei verschillende vormen. Het is dus moeilijk, daarvan in het kort een beschrijving te geven; bij de bestudering van de deelbouw ondervindt een buitenstaander nog de moeilijkheid, dat hij soms niet de juiste verhouding kan beoordelen,

Over de deelbouw in Italië leest men bij Dr. A. M. P. A. Scheltema, Deelbouw in Ned.-Indië pag. 22. Het eigenaardige van de deelbouw in Italië is, dat dit systeem van landbouwexploitatie door de gehele politieke en economische geschiedenis van dit land vrijwel intact is gebleven zonder veel van zijn kwantitatieve en kwalitatieve betekenis te hebben ingeboet. Zowel in het tijdvak, toen Italië nog uit vele kleine staten bestond, toen de geldsomloop nog gering was en de primitieve productiemiddelen krap en primitief waren en het systeem van halfbouw dus bij uitstek geschikt, als ten tijde van de Italiaanse eenheidsstaat, toen de intensieve geldhuishouding optrad, bleef de deelbouw bestaan In 1929 werd voor het eerst een collectief

deelbouw-contract gesloten tussen een vereniging van landeigenaren, de ,,Confederazione Nazionale Fascista degli Agricoltori" en de vereniging van landarbeiders de ,,Confederazione Nazionale Sindicati Fascisti dell' Agricoltura", hetwelk door het Italiaanse Corporatieministerie bindend is verklaard.

Bij Taussig, Principles of Economics II pag. 79 leest men: In the southern part of the United States there is a widespread practise of share tenancy among the negroes. The owners of the land here contribute a very large part (sometimes all) of the advances needed by the tenants: not only seed, implements, animals, but even the food of the negroes. This arrangement was doubtless inevitable under the conditions in which the Southern states found themselves at the close of the Civil War, the freedmen being destitute aiike of means and of any experience in agricultural management.

Sluiten