Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wel komt voor een overeenkomst, die men grondhuur noemt, maar die in werkelijkheid veel van de eigenlijke grondhuur verschilt.

De grondbezitter, die in geldverlegenheid verkeert door tegenspoed, of over geld wil beschikken om andere redenen, bijvoorbeeld om de bedevaart naar Mekka te doen, ontvangt een som geld en staat dan voor één oogst of voor een of meer jaren zijn grond af aan den persoon, die hem het geld verstrekt. Dit zou men dus kunnen noemen: grondhuur, waarbij de huur vooraf wordt betaald. Degeen, die het geld verstrekt, heeft het recht om gedurende het afgesproken tijdperk de voordelen te genieten, die de grond oplevert. Hij maakt gebruik van deze voordelen door de grond zelf te bewerken en de opbrengst voor zich te houden of .... door de grond in deelbouw uit te geven. De „huurder" behoeft dus niet zelf landbouwer te zijn. Hij kan zijn de „kapitalist" die geld verstrekt aan den grondbezitter, die om geld verlegen is. Bij deelbouw is de rechthebbende in den regel degeen, die de sterkere positie inneemt; immers hij verschaft de grond aan den landbouwer, die om grond verlegen is 1).

Wanneer in Indië gronden, waarop Inlandse bezitsrechten worden uitgeoefend, tegen geldelijke vergoeding tijdelijk ter beschikking worden gesteld van uitheemse ondernemingen voor de verbouw van suikerriet, tabak of andere producten, dan spreekt men ook van grondhuur. Ook hier wordt de huur doorgaans vooraf betaald. Het gebeurt dan wel, dat de grondbezitter met de huursom, die hij van de onderneming ontvangt, probeert weer andere gronden te huren met vooruitbetaling van de huursom.

Arbcidsovcr- In Europa denkt men gewoonlijk bij een arbeidsovereenkomst eenkomst m -n cjg eerste plaats aan een verhouding van ondergeschiktheid,

de inheemse # ff

landbouw. die bestaat tussen den „werkgever en den werknemer . Lr bestaat in de westerse landen een klasse van arbeiders, die hun arbeidskracht te huur aanbieden tegen geldloon aan de ondernemers en, wanneer de overeenkomst tot stand is gekomen, in een ondergeschikte positie komen te staan ten opzichte van de ondernemers. De arbeider moet dan werken

J) J. W. Meijer Ranneft en Dr. W. Huender, Belastingdruk op de Inlandsche bevolking, pag. 176.

Sluiten