Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van gemeenschapsproductie. Hieronder volgt een overzicht van de organisaties, die volgens de wet kunnen worden gevormd:

De Vennootschap onder firma is de vereniging van 2 of vennootschap meer personen, die onder een gemeenschappelijke naam onder flrma (firma) handel drijven. De eigenaars van het bedrijf zijn tevens de leiders. Zij zijn met hun gehele vermogen hoofdelijk aansprakelijk voor de schulden van de vennootschap. Uit de omstandigheid, dat tegenover de buitenwereld alle leden van de vennootschap als vertegenwoordigers van de vennootschap kunnen worden beschouwd en alle leden dus schulden kunnen maken, waarvoor de andere leden hoofdelijk aansprakelijk zijn,

vloeit voort de noodzakelijkheid, dat de leden der vennootschap elkaar door en door kennen en vertrouwen. Het aantal leden der vennootschap is daardoor in den regel betrekkelijk klein en deze vorm is derhalve minder geschikt voor bedrijven, waarbij zeer veel kapitaalgoederen moeten worden gebruikt.

De vorm van „naamloze vennootschap" is het meest geschikt Naamloze voor grote ondernemingen, die met veel kapitaalgoederen vennootschapmoeten werken. Hierboven hebben we reeds in het kort deze bedrijfsvorm besproken.

De personen, die als aandeelhouder meedoen aan een op te richten naamloze vennootschap, kunnen nooit meer geld verliezen dan het bedrag, dat voor het aandeel is betaald. De mensen, die over geld beschikken, worden dus niet afgeschrikt om toe te treden als aandeelhouder door een of ander verder risico, dat ze lopen. Wanneer dus bijvoorbeeld enige ondernemende personen een grootbedrijf willen oprichten,

dan gelukt het meestal wel mensen te vinden, die voor een of meer aandelen van ƒ 1000.— aandeelhouder willen worden,

wanneer de vooruitzichten van de onderneming gunstig lijken en wanneer men vertrouwt, dat degenen, die de leiding op zich nemen bekwame vakmensen zijn. De overeenkomst, die door de aandeelhouders bij de oprichting wordt gesloten, wordt genoemd: de „statuten". De wet eist goedkeuring van deze statuten door den Gouverneur-Generaal, welke goedkeuring kan worden geweigerd, indien er „gewichtige bedenking tegen de oprichting bestaat" (bijvoorbeeld, wanneer de oprichters zeer ongunstig bekend staan) of wanneer de vennootschap

stikker, Economie. 6

Sluiten