Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aanplant-ordonnantie van 1933 en Kina-aanplant-ordonnantie van 1934. x)

Een ander voorbeeld van bemoeienis van de regering met de productie is de Bedrijfsreglementerings-ordonnantie van 1934.

Hierbij is aan de regering de bevoegdheid verleend de oprichting van nieuwe en de uitbreiding van bestaande bedrijven in Ned.Indië afhankelijk te stellen van speciale daartoe door de regering te verstrekken vergunningen, opdat zij het daardoor in de hand zou hebben in bepaalde bedrijfstakken de oprichting van een groter aantal ondernemingen, dan door de economische situatie in het bedrijf wordt gerechtvaardigd, te voorkomen. Tot nu toe (April 1936) is deze ordonnantie toepasselijk verklaard op het veembedrijf en drukkerijbedrijf in Indië. 2)

Omtrent de vraag, in hoeverre de overheid de leiding van De overheid de productie in handen moet hebben en de beschikking behoort ^Jm""dcr~ te hebben over de productiemiddelen, bestaan verschillende meningen. De socialisten beantwoorden deze vraag meestal

x) Over de bevolkingsrubber leest men in het jaarverslag van de Javasche Bank 1934/35 Pag- 5I:

„Waar met betrekking tot de bevolkingsrubber een stelsel van individueele restrictie om technische redenen als onbekendheid met de grootte der aanplantingen en de daarop rustende eigendomsrechten — althans voorloopig — onoverkomelijke bezwaren bleek op te leveren, moest noodgedwongen tot toepassing van het veel ruwere middel eener heffing van een bijzonder uitvoerrecht worden overgegaan, hetwelk echter in de praktijk aan zijn doel: uitvoerbeperking, beantwoordde. Echter bleek het tijdelijk noodig bedoeld uitvoerrecht tot een bedrag van niet minder dan 20 ct. per kg op te voeren, waarmede duidelijk in het licht werd gesteld, dat het gekozen systeem slechts min of meer als noodmaatregel aanvaardbaar was. De Regeering nam dan ook het standpunt in, dat, zoo spoedig de omstandigheden dit zouden toelaten, van het uitvoerrechtstelsel zou dienen te worden afgestapt. Voor Banka en Billiton bleek dit reeds per 1 Januari 1935 mogelijk, terwijl met ingang van 1 April 1935 ook voor de gewesten Sumatra's Oostkust, Atjeh en Tapanoeli het stelsel van individueele restrictie werd ingevoerd. De ontvangsten uit hoofde van het bijzondere uitvoerrecht op rubber bedroegen in 1934/11.541.000.—; een gedeelte hiervan is voor welvaartswerken ten bate van de inheemsche bevolking in de rubberstreken aangewend."

2) Voor wat betreft regeringsbemoeienis inzake bescherming van de Indische landbouw, industrie en distributiebedrijven, zie Hoofdstuk III afdeling 3, pag. 120 v.v.

Sluiten