Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat metaalgeld van 25 cent, 10 cent, 5 cent, z\ cent, 1 cent en \ cent, slechts tot een beperkt bedrag wettig betaalmiddel zijn (25 cent en 10 cent tot en met ƒ 10.—, nikkelen stuivers tot en met ƒ 5.— en kopergeld tot en met ƒ 2.—). Men kan een schuld van ƒ 10.000.— dus niet betalen met een wagen vol centen.

Rol die door Om als ruilmiddel te kunnen dienen, moet het geld zelf ook het goud gen zeicere Waarde hebben. Als grondslag van die waarde heeft

wordt vervuld.

men aangenomen de waarde van het goud.

Het goud is een metaal dat, evenals het zilver, reeds sedert tal van eeuwen diensten heeft bewezen voor de vergemakkelijking van het ruilverkeer. Het goud is weinig aan slijtage onderhevig, het heeft een hoge waarde ten opzichte van andere goederen en, in normale tijdsomstandigheden, heeft het, behalve een hoge waarde, ook een betrekkelijk standvastige waarde ten opzichte van andere goederen. Immers het kan gemakkelijk verplaatst worden en het is niet aan bederf onderhevig, dus het kan gemakkelijk bewaard worden. Prijsverschillen, wat tijd of plaats betreft, kunnen dus gemakkelijk weggewerkt worden.

Door deze eigenschappen is het goud bijzonder geschikt om het ruilverkeer gemakkelijk te maken. In vele landen waren daarom in vroegere tijden de gouden munten het voornaamste ruilmiddel. Ook heeft men in vele landen zilveren munten als voornaamste ruilmiddel ingevoerd, maar doordat de waarde van het zilver in de 19e eeuw, speciaal omstreeks 1870, aan grote schommelingen onderhevig was, heeft het zilver als zodanig in de meeste landen afgedaan. Thans berust de waarde van geld in Nederlandsch-Indië op de waarde van het goud. Als grondslag van de waarde van het geld kan men beschouwen het goudstuk van tien gulden, het gouden tientje, dat een hoeveelheid zuiver goud bevat van 6,048 gram.

Door wettelijke bepalingen en verschillende maatregelen streeft men er zoveel mogelijk naar te bereiken:

i°. dat de waarde van een gouden tientje steeds gelijk is aan de waarde van een hoeveelheid zuiver goud van 6,048 gram. 2°. dat de waarde van de andere geldsoorten gelijk is aan de waarde van het gouden tientje in verhouding van het aantal „guldens" dat door die geldsoorten wordt aangegeven. Men wil dus bereiken, dat bijvoorbeeld een bankbiljet

Sluiten