Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor allerlei avonturiers, die grote winsten hebben gemaakt; het onderling vertrouwen tussen de producenten verdwijnt daardoor.

Uit het bovenstaande blijkt wel, dat de handhaving van de waardevastheid van het geld van groot belang is voor de welvaart van een land.

We zullen thans de verschillende geldsoorten bespreken en vervolgens nagaan, op welke wijze men tracht die waardevastheid te handhaven.

De waarde van het gouden tientje is vastgekoppeld aan de Metaaigeid. waarde van het goud op de volgende manier. De Muntwet van 1912 zegt, dat particulieren steeds het recht hebben om gouden munten door tussenkomst van de regering in Nederland te laten slaan van ruw goud (tot een hoeveelheid van niet minder dan 300 kg), dat door die particulieren wordt verstrekt. Het gevolg hiervan is, dat de waarde van gouden tientjes niet hoger kan zijn dan de waarde van 6,048 gram zuiver goud. Immers wanneer het gouden tientje een hogere waarde heeft dan deze hoeveelheid goud, dan zullen er onmiddellijk mensen zijn, die ruw goud kopen en dit laten omsmelten tot gouden tientjes, omdat zij hiermee winst behalen. Door deze vraag naar ruw goud stijgt de waarde van het ruw goud (volgens de quantiteits theorie daalt ook de waarde van het gouden tientje, doordat er meer van die munten in omloop komen), net zo lang, totdat de waarde van het goudgeld weer gelijk is aan de hoeveelheid zuiver goud, die het bevat.

Omgekeerd: wanneer de waarde van het gouden tientje minder zou zijn dan de waarde van een hoeveelheid goud van 6.048 gram, dan levert het voordeel op om van gouden tientjes ruw goud te maken; daardoor daalt de waarde van het ruw goud en in verband met het feit, dat er minder gouden tientjes in omloop komen, zal wellicht ook de waarde van het gouden tientje daardoor stijgen, totdat tenslotte beide waarden weer met elkaar overeenstemmen.

De gouden munten worden slechts zelden als ruilmiddel gebruikt. Een grote hoeveelheid ligt in de kelders van de circulatiebank en we zullen later zien, met welk doel de Javasche Bank een goudvoorraad in haar kelders heeft liggen.

Behalve de bepaling omtrent de vrije aanmunting zegt de

Sluiten