Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

munten kan men op gelijke wijze in betaling geven. Hierop is toepasselijk de ,,wet" van Gresham (Agent van Financiën onder Koningin Elisabeth van Engeland). Deze regel luidt:

slecht geld verdrijft altijd goed geld, wanneer in een land de dubbele standaard is ingevoerd.

Met slecht geld wordt bedoeld het standaardgeld, dat minder waard is geworden, dan het volgens de wettelijke verhouding ten opzichte van het andere standaardgeld zou moeten zijn.

Wanneer bijvoorbeeld de verhouding tussen de werkelijke waarde van die standaardmunten wordt als 16 : i, dan wordt het voordelig om goudgeld naar het buitenland te sturen en daar te verkopen, voor de opbrengst van het goudgeld ruw zilver te kopen en daarvan zilveren munten te laten slaan.

Voor elke gouden munt heeft men dan 16 zilveren munten terug gekregen en voor 15 zilveren munten kan men een gouden munt terug krijgen, die weer naar het buitenland zenden enz.

zodat men telkens één zilveren munt als winst voor zich kan houden. Het resultaat zou zijn, dat er tenslotte maar één muntsoort overblijft, nl. die muntsoort waarvan de wettelijke waarde was overschat. Volgens deze redenering is dus de dubbele standaard niet wenselijk. Velen beweren echter, dat deze redenering niet opgaat wanneer elk land de dubbele standaard invoert (internationaal bimetalisme); dan zou bij daling van de zilverprijs elk land tegelijk goud gaan uitvoeren en dat is een onmogelijkheid.

In Nederland heeft men eerst gehad de dubbele standaard Muntstelsel in nl. van 1816 tot 1847. Daarna werd in Nederland de zilveren standaard ingevoerd. Omstreeks 1870 werd in Amerika veel zilver ontdekt, zodat de zilverprijs daalde. Daarom is voorlopig de vrije aanmunting van zilvergeld stop gezet en in 1875 is in Nederland het goud tot standaardmetaal verheven. De zilveren munten, die toen in omloop waren, werden gedegradeerd tot tekengeld.

In Indië heeft men pas in 1854 een behoorlijk muntstelsel gekregen nl. de enkele (zilveren) standaard, terwijl in 1877 dit stelsel is vervangen door de hinkende standaard, waarbij het goudgeld standaardgeld was. Dit stelsel is gehandhaafd bij de muntwet van 1912. In deze wet vindt men de gehele regeling van ons muntstelsel (gehalte van de munten, vrije aanmunting, wettig betaalmiddel).

Sluiten