Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geschreven in de boeken van de Javasche Bank of, zoals het in de taal der boekhouders luidt: „voor deze schuldeisers wordt een rekening-courant (lopende rekening) geopend in de boeken van de Javasche Bank op hun naam." Het bedrag van die schulden noemt men: de rekeningcourant saldo's.

Zowel degeen, die houder is van een bankbiljet als degeen, die als schuldeiser in de boeken van de Javasche Bank staat ingeschreven, heeft dus een vordering op de Javasche Bank. Zowel door middel van bankbiljetten als door middel van de rekeningcourant saldo's (banksaldo's) kunnen de mensen elkaar betalingen doen. De overdracht van het banksaldo geschiedt, doordat de schuld geheel of gedeeltelijk wordt overgeschreven op naam van iemand anders na een verzoek tot overschrijving van dengeen die de betaling te doen heeft (giroverkeer). De overdracht kan ook geschieden door middel van een cheque, waardoor verzocht wordt aan de Javasche Bank een bedrag aan den schuldeiser uit te betalen. Wanneer dit verzoek niet door middel van een cheque geschiedt, maar telegrafisch wordt overgebracht, dan spreekt men van T.T. (telegrafisch transfert).

Krachtens de Javasche Bankwet moet het gezamenlijk bedrag van alle direct opeisbare schulden van de Javasche Bank (hoofdzakelijk bankbiljetten en rekeningcourant saldo's) voor minstens 40 % gedekt zijn door gouden en/of zilveren munt of muntmateriaal. In 1914 is deze verplichting tot 20 % verminderd maar in 1928 is zij weer op 40 % teruggebracht. In 1928 is tevens bepaald, dat van deze verplichte dekking minstens f gedeelte in Nederlandsch Indië aanwezig moet zijn en dat tenminste J der metaaldekking moet bestaan uit munten, die tot ieder bedrag wettig betaalmiddel zijn (standpenningen).

Wanneer er meer munten of muntmateriaal als dekking aanwezig zijn dan de voorgeschreven 40 %, dan noemt men dat 'meerdere het beschikbaar metaalsaldo.

Tegenover de bankbiljetten en rekeningcourant saldo's, welke niet door munt of muntmateriaal gedekt zijn, moet de Javasche Bank andere „bezittingen" hebben en deze bezittingen bestaan grotendeels uit vorderingen, welke de Javasche Bank heeft op personen of instellingen, aan wie de Javasche bank crediet heeft verleend. Hiervoor zijn ook afzonderlijke voorschriften gegeven

Sluiten