Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onafhankelijk van de buitenlandse handel, hetgeen een groot voordeel zal zijn, wanneer die handel ernstig wordt belemmerd door oorlog, verstoring in de waardevastheid van buitenlandse Autarkie, geldsoorten of andere oorzaken. Het streven naar dergelijke onafhankelijkheid noemt men tegenwoordig autarkie.

De tegenstanders van beschermende invoerrechten, de vrijhandelaren, zeggen het volgende:

Argument Vrijhandel is noodzakelijk om de internationale arbeidsvertegen^protec- deling tot haar recht te doen komen. Elk land produceert dan datgene, waartoe het de meeste geschiktheid heeft en de totale opbrengst van de productie zal daardoor zo groot mogelijk zijn. Verder levert juist het ontbreken van bescherming een sterke prikkel op tot ontplooiing van energie. Op den duur zullen alle agrarische landen, waar de bevolking zich regelmatig uitbreidt, de moeilijkheden ondervinden van het verschijnsel van de mindere stijging van de opbrengst in de landbouw. Men wordt dan vanzelf gedwongen een uitweg te zoeken door andere productiewegen in te slaan. Er ontstaat huisindustrie, door de moeilijke omstandigheden leert men zuinig met geld omgaan, er wordt meer gespaard, uit de huisindustrie ontstaan bedrijven van middelmatige omvang en daaruit ontstaan weer grootbedrijven.

Argument Hiertegen zouden de protectionisten kunnen aanvoeren, dat VO°tioPnisme een geldelijke ontwikkeling van huisindustrie tot grootindustrie niet mogelijk is, immers de huisindustrie zal bij het ontbreken van beschermende rechten niet kunnen concurreren tegen producten, afkomstig uit buitenlandse fabrieken, die meer volgens de stand der techniek produceren. In verband hiermede zal er dus geen huisindustrie kunnen ontstaan en van een geleidelijke overgang van agrarische productie naar industriële productie zal dus geen sprake kunnen zijn. Een plotselinge overgang van agrarische productie naar industriële productie met grootbedrijf heeft zonder beschermende invoerrechten nog veel minder kans van slagen.

Argumenten Hiertegenover zou men het argument kunnen stellen, dat er tegen^protec- jn een iancij waar zeer weinig industrie wordt uitgeoefend, toch altijd bestaansmogelijkheden voor sommige takken van huisindustrie moeten zijn. Immers de buitenlandse producenten zijn altijd enigszins gehandicapt door de kosten van vervoer; de groothandel en tussenhandel, die zorgen, dat

Sluiten