Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Volgens vele economen moet het antwoord op deze vraag luiden als volgt:

De ondernemer betaalt voor het gebruik van de grond niet meer dan de huurprijs en de grondeigenaar zal niet tevreden zijn met minder dan de huurprijs m. a. w. de ondernemer betaalt een huursom, die bepaald wordt door vraag en aanbod op de „markt" waar gronden te huur worden aangeboden en te huur worden gevraagd.

Op dezelfde wijze betaalt de ondernemer aan den arbeider het loon volgens de prijs van de arbeidsmarkt en voor de geldlening een vergoeding, die tot stand komt door vraag en aanbod op de „markt" waar geldleningen worden gevraagd en aangeboden.

Wanneer de ondernemer voor de beschikking over de grond, arbeidskracht en kapitaalgoederen deze marktprijzen betaald heeft, dan mag hij datgene, wat er overblijft van de verkoopprijs der geproduceerde goederen, in zijn eigen zak steken als ondernemerswinst en als hij tekort komt, moet hij uit zijn eigen vermogen bijpassen en dat tekort noemt men: ondernemersverlies.

Wanneer men de prijzen tezamen telt, waarvoor alle goederen, wat bedoeld in een bepaald tijdvak geproduceerd, verkocht worden, dan noemt men deze totaal-prijs weieens: het ,,maatschappelijk van het inkomen" en van dat maatschappelijk inkomen kan men dan ,r"aats,chapp®,'

A c J lijk inkomen .

zeggen, dat het uitgekeerd wordt (verdeeld wordt) als grondhuur, arbeidsloon, kapitaalrente en ondernemerswinst.

Kan men nu hetzelfde zeggen van de productie, zoals die in Indië geschiedt? We hebben reeds gezegd, dat de productie in Indië gedeeltelijk op zuiver westerse grondslag geschiedt,

maar dat bij de inheemse productie verschillende omstandigheden een zodanige invloed doen gelden, dat men allerlei economische verschijnselen, die zich bij de inheemse productie voordoen, niet geheel volgens „westerse theoriën" kan verklaren. Het economisch principe, dat als uitgangspunt genomen wordt bij alle westerse theorieën, is bij de inheemse productie dikwijls nog ver te zoeken, maar het is ook weer onjuist om te beweren, dat het economisch principe nooit bij de inheemse productie aanwezig is. Ook in dit opzicht verkeert deze productie in een stadium van overgang en zijn er allerlei verschillen en overgangstoestanden aan te wijzen. Evenzo is het gesteld met

Sluiten