Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

7°. het Burgerlijk Wetboek geeft, wat de privaatrechtelijke verhouding tussen arbeider en werkgever betreft, twee verschillende regelingen, nl. één voor Inlanders en Vreemde Oosterlingen (de artikelen 1601, 2 en 3) en een andere regeling voor degenen, die aan het Europeanenrecht zijn onderworpen (artikel 1601, 1601a, 1601b en volgende). De regeling welke voor de „Europeanen" geldt is zeer uitvoerig in vergelijking met de andere regeling. Voor de cultuur-employé's die op ondernemingen, op Sumatra gevestigd, werkzaam zijn, bestaat een afzonderlijke wettelijke regeling, nl. de Assistentenregeling van 1921 (gewijzigd in 1931) waarin de rechten en verplichtingen van deze personen tegenover hun werkgevers geregeld worden. Lotsverbcte- De welvaart van de arbeiders kan door de ondernemingen r'"arbeiderI ze^ verbeterd worden wanneer de ondernemingen zelf meevanwege de werken om de bevolking tot meerdere ontwikkeling te brengen werkgevers. en voorts meewerken aan verbetering van de gezondheidstoestand in de streek waar de onderneming gevestigd is. Vele suikerondernemingen en andere cultuurlichamen op Java verlenen aan de arbeiders, zonder dat zij daartoe door de wet genoodzaakt zijn, pensioen en voorts: vrije geneeskundige behandeling, niet alleen bij ongevallen, die de arbeider in zijn werk heeft gekregen, maar ook voor ziekten in het algemeen.

Ook zijn er ondernemingen, die zorg dragen voor de huisvesting van arbeiders (toekang kampongs) en klinieken en onderwijsinrichtingen voor de bevolking van de streek van vestiging hebben geopend.

Pogingen van Wanneer de arbeiders zelf de drang voelen om tot meer z^if ::rtlS welstand te komen, dan is het dikwijls mogelijk gebleken verbetering, om door aanwending van bepaalde middelen gunstiger arbeidsvoorwaarden te verkrijgen. Deze middelen kan men onderscheiden in economische en politieke machtsmiddelen.

Het economische machtsmiddel is de werkstaking. Een arbeider alleen kan moeilijk hoger loon eisen maar arbeiders tezamen oefenen een zekere macht uit. Het succes van een werkstaking hangt voornamelijk af van de vraag:

i°. kunnen de stakers dwang uitoefenen op werkwilligen. 2°. het uithoudingsvermogen van de stakers (weerstandsvermogen van de vakvereniging, stakingskas). 3°. het uithoudingsvermogen van de werkgevers.

Sluiten