Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en in vroegere tijd: Java, kan men zeggen, dat de gronden,

die reeds ontgonnen zijn alleen voor de economie van betekenis zijn als kapitaalgoed, als geproduceerd productiemiddel. De grond-als-natuurgave kan men dan niet als een economisch goed beschouwen, immers vruchtbare grond, die nog niet ontgonnen is, is nog in overvloed aanwezig. De grond heeft in dit geval dan ook alleen waarde voor zover het kapitaalgoed is. De koopwaarde van de grond komt dan volgens dezelfde regels tot stand als de koopwaarde van bijvoorbeeld een machine. Als productiekosten kan men beschouwen de ontginningskosten (diensten door de arbeidskracht en de werktuigen van de ontginners bewezen) en anderzijds hebben de mensen behoefte om de grond in gebruik te nemen.

De verhouding tussen tijdelijke gebruikswaarde en koop- Huurprijs van waarde van de grond hangt af van het economisch perspectief. de grond' Wanneer de rentestand in verband met het economisch perspectief bijvoorbeeld 4 % is en de koopwaarde van de grond is ƒ 1000,— dan is de tijdelijke gebruikswaarde (huurwaarde) ƒ 40,— per jaar.

Wanneer de grond alleen waarde heeft als kapitaalgoed en men verhuurt deze grond voor ƒ40,— per jaar, dan kan men dit bedrag dus beschouwen als kapitaalrente, volgens de omschrijving die we aan het begrip „kapitaalrente" hebben gegeven oppag. 143. De grond kan echter ook waarde hebben als natuurgave, zoals uit het volgende moge blijken. Verondersteld, dat in een land, waar nog voldoende vruchtbare, niet-ontgonnen,

grond aanwezig is, A, B en C 12 bouw grond hebben ontgonnen,

waarover zij 3 jaar hebben gewerkt. Zij krijgen elk 4 bouw in erfelijk individueel bezit en kunnen nu zelf daarop de landbouw uitoefenen. A is echter niet meer in staat om te werken en geeft de grond aan X in deelbouw uit. A verschaft daarbij zelf de nodige landbouwwerktuigen, zaaizaad enz. Wanneer nu A en X elk de helft van de opbrengst van de oogst ontvangen,

dan kan men het aandeel dat A ontvangt, als kapitaalrente beschouwen en het aandeel van X als arbeidsloon. Immers A heeft als kapitaalgoederen verstrekt de „vruchtbaarheid" van de grond, die door zijn eigen arbeid is geproduceerd, en verder de landbouwwerktuigen, zaaizaad enz. Wanneer de bevolking zich gaat uitbreiden, dan is het mogelijk, dat de prijzen van de landbouwproducten stijgen, er komt dan meer

Sluiten