Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zelf in zijn eigen bedrijf van de grond zou kunnen trekken.

Daarbij wordt in aanmerking genomen: de normale hoeveelheid producten door de grond opgebracht, de gemiddelde prijzen van die producten, de kosten van bewerking (hierbij wordt gebruik gemaakt van de gegevens,

door de „Dienst der Landrente" verkregen), terwijl men, voor de vaststelling van de huurwaarde voor de oost-moesson, acht slaat op de voorwaarden, volgens welke die gronden gewoonlijk in deelbouw worden uitgegeven. (Zie Bijblad op het Staatsblad van Ned.-Indië no. 9030). x)

5°. dat aan de watervoorziening der sawahs niet door het ondernemingsbedrijf afbreuk wordt gedaan.

In Nederland kan men vrij gemakkelijk de koopprijs van Koopprijs van de gronden berekenen, wanneer men het bedrag weet, waarvoor g die gronden verhuurd worden. In verband met de rentestand van ongeveer 4 a 5 %, is die koopprijs steeds ongeveer 20 a 25 maal de huurprijs. In verband met het geringer economisch perspectief en het weinig ontwikkelde geldverkeer is de prijs,

waarvoor de inheemse gronden in Indië verkocht worden in den regel minder dan 20 maal de „huurwaarde" en bovendien zeer onregelmatig. Uitvoerige gegevens zijn over de koopprijs van de inheemse gronden tot heden niet officieel gepubliceerd.2)

In verband met het bovenstaande is reeds in 1875 elke Nietigheid ,,vervreemding" van inlandse gebruiksrechten aan uitheemsen TaiTlTtnietig verklaard, terwijl in 1912 onwettige occupatie van „domein- heemsen. gronden" door niet-Inlanders strafbaar is gesteld. Soms komt het voor, dat uitheemsen door middel van een inlandsen stroman sawahs of andere gronden opkopen. In de laatste jaren wordt

*) Hierover wordt in het „Onderzoek naar de Belastingdruk op de Inlandsche Bevolking", door J. W. Meyer Ranneft en Dr. W. Huender opgemerkt:

Bij de verhuur voor Europeesche cultures is de situatie deze,

dat door de betere bedrijfsmethode een veel grooter product gemaakt wordt, waarvan den Inlandschen verhuurder en den Inlandschen arbeider samen een betrekkelijk klein deel toevalt,

welk deel nochtans in absoluten zin vaak grooter is dan het product van den Inlandschen landbouwer.

2) Uit dergelijke gegevens zou men wellicht belangrijke conclusies kunnen trekken in hoeverre het economisch perspectief in de ene streek verder reikt dan in de andere.

Sluiten