Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rekening mogen houden met hetgeen de credietnemer in werkelijkheid ontvangen heeft. Indien de credietnemer de gewone schuldbekentenissen tekent, dan moet dit schriftelijk bewijs in den regel met getuigenbewijs worden aangevuld, omdat dergelijke schuldbekentenissen meestal niet geheel eigenhandig door den credietnemer zijn geschreven, meestal niet in de vorm zijn opgemaakt, die de wet voorschrijft. De rechter, in dit geval de Landraad, is dan niet gebonden aan de strenge regels van het bewijsrecht en kan dikwijls aan den eiser slechts datgene toewijzen wat hem toekomt.

Velen zijn van mening, dat de wetgever de bepaling zou moeten vaststellen, dat accepten, door inheemsen getekend, alleen kunnen worden beschouwd als een „begin van schriftelijk bewijs" dat steeds door getuigenbewijs moet worden aangevuld en waarbij tegenbewijs is toegelaten. 1)

Anderen daarentegen zeggen, dat het risico bij blanco credieten door een dusdanige regeling te groot zou worden, zodat de geldschieters er toe zouden overgaan de credietverlening te beperken.

Dit zou echter volgens degenen, die de eerste opvatting zijn toegedaan, geen bezwaar zijn, want het accepten-crediet levert door de buitensporige hoge rente toch geen enkel voordeel op voor den credietnemer. Wanneer de wetgever dergelijke credieten bemoeilijkt, zullen, zo zeggen zij, de mensen gedwongen zijn zelf te sparen; het feit dat er zo weinig gespaard wordt, is juist toe te schrijven aan de gemakkelijke en vlotte wijze, waarop men in Indië crediet kan krijgen. Men spaart niet, doordat men er op rekent te kunnen lenen en wanneer men éénmaal geleend heeft, kan men niet sparen door de hoge rente, die men moet betalen.

Uit het feit, dat beroepsgeldschieters in groten getale in die streken van Indië voorkomen, waar de bevolking minder ontwikkeld is, kan men afleiden, dat meerdere ontwikkeling van de bevolking het euvel van de woeker zal doen verminderen.2)

x) Op Bali wordt door de inheemse rechtspraak het orderbiljet tegen Balinezen slechts als „begin van schriftelijk bewijs" toegelaten, dat nog nader door ander bewijs, bijv. getuigenbewijs, moet worden aangevuld; bij de Kratonrechtbank van Soerakarta wordt dit bewijs in 't geheel niet toegelaten.

2) Bij Dr. C. L. van Doorn, De credietbehoefte van den indonesi-

Sluiten