Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die deskundig zijn op het gebied van financieel beheer. De zuivere credietcöoperatie betekent zelf-werkzaamheid en die is alleen mogelijk, wanneer reeds een zekere neiging om geld te sparen aanwezig is bij de leden en wanneer een behoorlijk beheer van die gelden gewaarborgd is.

De credietinstellingen, die na 1900 in het leven zijn geroepen, hebben daardoor allen het karakter van „overheidsinstelling" gekregen.

Wij zullen nu achtereenvolgens de verschillende volkscredietinstellingen behandelen.

De Centrale Kas werd opgericht bij Koninklijk Besluit van 1912. Het was een soort stichting, want in dit Koninklijk Besluit werd bepaald, dat er een vermogen werd afgezonderd (oorspronkelijk ƒ5.000.000,—) dat beheerd zou worden door Gouvernementsambtenaren. Het doel van deze instelling was: i°. bedrijfsmiddelen te verstrekken aan volkscredietinstellingen en gelden van deze instellingen in belegging te nemen. 20. advies en hulp te verlenen voor het financieel beheer van zodanige instellingen en toezicht uit te oefenen namens de regering.

De Centrale Kas stond onder leiding van een Directeur, die ondergeschikt was aan den Directeur van Binnenlands Bestuur. Hoewel de geldmiddelen waren afgescheiden van de geldmiddelen van het Land was de Centrale Kas toch feitelijk een overheidsinstelling. Op 15 April 1934 eindigde het bestaan van de Centrale Kas en werd haar bedrijf overgedragen aan de Algemeene Volkscredietbank.

De Volkscredietbanken waren instellingen, die na 1900 zijn opgericht volgens het model van de Poerwokertosche Hulp-, Spaar- en Landbouwcredietbank. Op Java en Madoera waren er ultimo 1933 74 en in de buitengewesten 18 volkscredietbanken.

Zij werden opgericht in de vorm van verenigingen; de leden waren ambtenaren, die door hun werkkring in aanraking kwamen met de economische omstandigheden van de bevolking zoals de Bestuursambtenaren, Landbouwconsulent, Burgemeester. Soms werden ook particulieren als lid aangenomen. Evenals elke vereniging had de volkscredietbank voorts een bestuur en statuten. Het bestuur werd gekozen uit de leden. De Regent was ambtshalve lid van het bestuur. De statuten van alle banken zijn in 1928 zodanig gewijzigd, dat zij allen

Sluiten