Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i°. elke Volkscredietbank in de eerste jaren na haar oprichting meer rente rekende dan nodig was voor zuivere rente ad ± 5 % en administratiekosten. Deze rente bedroeg in den beginne bijvoorbeeld 24 a 28 %, terwijl voor zuivere rente en onkosten misschien slechts 10 a 12 % nodig was. Door de meerdere rente werd dan een eigen vermogen gevormd en wanneer dit eigen vermogen een zekere grens had bereikt, bijvoorbeeld 25 % van het gemiddelde bedrag, dat in de afgelopen drie jaren was uitgeleend, dan werd de rentevoet verlaagd tot bijvoorbeeld 12%. Deze hoge rente kon in de aanvang zonder veel bezwaar geheven worden want dit percentage was in de ogen van de bevolking, die gewoon is bijvoorbeeld 10 a 15 % per maand te betalen, geenszins hoog;

2°. de desaloemboeng en desabank genoodzaakt waren hun

kasgelden te beleggen bij de Volkscredietbanken; 3°. de gelegenheid werd opengesteld voor het publiek om spaargelden te beleggen bij de volkscredietbanken.

Welke betekenis bovenstaande bepalingen hebben gehad kan men nagaan uit onderstaande cijfers, die weergeven de stand van zaken op 31 December 1932.

VOLKSCREDIETBANKEN OP JAVA EN MADOERA

Gebouwen . . ƒ 3.199.100,— Zuiver vermogen .... ƒ 14.614.800,—

Effecten . . . 7.061.100,— Reserve ,, 2.181.000,—

Kas en kassiers ,, 25.990.300,— Diversen 584.700,—

Leningen . . „ 29.739.300,— Centrale kas 632.500,—;

Diversen. . . „ 2.351.200,— Inlandse gemeente creVerlies ... ,, 161.800,— dietinstellingen en zusterinstellingen .... ,, 20.073.800,— Andere Inlandse publiekrechtelijke lichamen en overheidsfond-

sen 18.395.200,—

Europeanen en Eur. Corporaties ,, 8.521.100,—

Inlanders 3.294.200,—

Vreemde Oosterlingen . ,, 205.500,—

ƒ 68.502.800,— ƒ 68.502.800,— j

Sluiten