Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wij hebben er reeds op gewezen, dat geld uitlenen voor bedragen van ƒ 100,— of minder tegen pand van roerende goederen strafbaar is. Daartegenover staat, dat voor de bevolking de gelegenheid geopend is om deze goederen te verpanden bij openbare instellingen. Elk voorwerp van een waarde van niet minder dan 20 cent moet als pand worden aangenomen (uitgezonderd goederen die aan bederf onderhevig zijn, dieren enz.). De waarde wordt getaxeerd volgens de marktprijs en daarop ontvangt men een lening die iets minder is dan de marktprijs (bijv. 20 % beneden de marktprijs) zodat eventueel achterstallige rente door het beleende voorwerp gedekt wordt.

De rente voor de leningen komt neer op ongeveer 35 a 45 % per jaar. Terwijl het bij de volkscredietinstellingen de bedoeling is om niet meer rente te rekenen dan nodig is voor zuivere rente, risico en onkosten is de rente bij de pandhuisdienst hoger dan voor bestrijding van deze uitgaven nodig zou zijn. Het Land behaalt dus winst door het pandhuisbedrijf.

Sommigen achten het ongewenst, dat het Land op die wijze feitelijk een belasting heft van mensen, die in moeilijke economische omstandigheden verkeren. Anderen daarentegen zeggen, dat een dergelijk systeem geen bezwaar oplevert, wanneer het Land de opbrengst van deze belasting besteedt voor de bevordering van de welvaart. Bovendien zal bij verlaging van de rente het aantal gesloten leningen toenemen en het ligt niet op de weg van de regering deze wijze van credietnemen aan te moedigen. Immers de credietnemer ondervindt niet alleen het nadeel, dat hij rente moet betalen, maar wanneer hij kapitaalgoederen verpandt, zoals fietsen, horloges, gereedschappen, kan hij geen gebruik maken van de diensten van deze goederen, zodat hij, behalve de rente die hij betaalt, nog „renteverlies" lijdt door het gemis van deze kapitaalgoederen.

In het Gouvernement Soerakarta komen nog particuliere pandhuizen voor, die zijn opgericht met speciale vergunning (licentie-pandhuizen).

Sluiten