Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

genieten, dus het stelsel, dat men tegelijk met de inkomstenbelasting nog een afzonderlijke grondbelasting moet betalen, wordt hierbij niet toegepast.

onderschei- Wij hebben reeds gewezen op het onderscheid tussen dmg van be- inkomstenbelasting en verteringsbelasting. De inkomsten-

lastingen in t .

soorten. belasting kan men onderverdelen in algemene inkomstenbelasting, vermogensbelasting en grondbelasting.

De verteringsbelasting kan men onderverdelen in: i°. belasting op voorwerpen van verbruik (invoerrechten

en accijnzen) en 2°. belasting naar uiterlijke welstand (personele belasting).

Verder kan men nog de volgende onderscheidingen maken:

a. directe en indirecte belasting.

Men spreekt van directe belasting, wanneer de belasting wordt gedragen door dengene, die haar betaalt; men noemt een belasting indirect wanneer zij door dengene, die haar betaalt, kan worden afgewenteld op iemand anders. Zo is de inkomstenbelasting een directe en zijn de invoerrechten en accijnzen een indirecte belasting.

b. belasting door het land opgelegd en belasting door locale ressorten opgelegd (bijvoorbeeld provinciale, gemeentelijke belasting, regentschaps- en desabelasting).

c. belasting in geld, belasting in goederen en belasting in arbeid.

Wanneer het geldverkeer in een land nog niet behoorlijk

is doorgedrongen, worden dikwijls belastingen in goederen of arbeid geheven. Als voorbeeld van belasting in arbeid kan men voor Indië wijzen op de herendiensten, die thans nog in de buitengewesten en, voor zover Java en Madoera betreft, in de Vorstenlanden moeten worden verricht. Herendiensten worden verricht voor aanleg, onderhoud en herstel van wegen, bruggen, irrigatieleidingen. Voorts moeten de desabewoners op Java en Madoera allerlei diensten verrichten in het belang van de desa, zoals herstel en onderhoud van desawegen en bruggen, nachtwacht en rondediensten of in het belang van het desahoofd, zoals het bewerken van de ambtsvelden. van het desahoofd. Als belasting in goederen kan men beschouwen: de verplichte contingenten en leveranties uit de Compagniestijd, verplichte cultures tijdens het cultuurstelsel en voorts de belasting, die van de landbouwers werd gevorderd in de

Sluiten