Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In verband met deze indeling wordt de landrente vastgesteld, variërende van 8 % tot 20 % van de belastbare opbrengst.

In een kring, die economisch „zwak" is, wordt dan de aanslag vastgesteld op bijvoorbeeld 8 tot 11 %. Is een kring economisch „middelmatig" dan is de aanslag van 12 tot 15 % en is de kring economisch „sterk" dan bedraagt de aanslag 16 tot 20 %.

Om de economische toestand in de districtskringen na te kunnen gaan, worden economische beschrijvingen van elk district opgemaakt (districtsmonografieën).

Gehele of gedeeltelijke ontheffing van landrente kan later verleend worden bij mislukking van de oogst, onbeplant-blijven van de grond of „buitengewone omstandigheden".

De opmetingen, voor de Landrente-dienst uitgevoerd en de administratie van het grondbezit, die op de Landrentekantoren wordt bijgehouden, hebben langzamerhand een bijzondere betekenis gekregen voor de rechtszekerheid van de inheemse gronden. Het aanslagbiljet in de landrente, waarop de oppervlakte van elk stuk erfelijk individueel bezitsrecht is aangegeven en waarop de naam van den bezitter staat vermeld (model letter D.) wordt langzamerhand door vele grondbezitters beschouwd als een bewijsstuk, dat zij rechthebbende op de grond zijn. Voor geldleningen wordt het soms in „onderpand" gegeven en bij processen over grondbezit wordt het als bewijsmiddel overgelegd.

Men heeft een strafbepaling vastgesteld voor personen, die verzuimen aangifte te doen bij den bestuursambtenaar (assistent wedono) betreffende overgang (verkoop, schenking, erfenis) van het grondbezit. Tot nu toe is die strafbepaling nog niet in werking getreden; men tracht voorlopig deze aangifte te bevorderen door er steeds op aan te dringen in desavergaderingen. De Directeur van Financiën heeft de bevoegdheid deze strafbepaling in bepaalde gebieden toepasselijk te verklaren. Wanneer de grondbezitters op den duur geleerd hebben, om van elke overgang aangifte te doen, dan zal de rechtszekerheid van het erfelijk individueel bezitsrecht aanzienlijk verhoogd zijn, waarvan het resultaat zal zijn: stijging van de koopprijs van de gronden en minder risico bij het vestigen van credietverband.

9°. Belasting in arbeid.

Men moet onderscheid maken tussen herendiensten, dat zijn werkzaamheden, verricht ten behoeve van het Land (zoals aanleg

Sluiten