Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK VÏII

WELVAARTSONDERZOEK IN INDIË

De regering van elk land moet zich steeds op de hoogte houden van de welvaart van de inwoners, om te kunnen beoordelen, welke maatregelen kunnen worden genomen ter verbetering van die welvaart.

Om het nodige inzicht te verkrijgen in de welvaartstoestand van het land, heeft de regering in Indië aan verschillende ambtenaren (bestuursambtenaren, landbouwconsulenten) opdracht gegeven op gezette tijden verslag uit te brengen over de economische toestand van het gebied, waarvoor zij zijn aangesteld.

Verder zijn door verschillende ambtenaren, in opdracht van Enquêtes, de regering of uit eigen initiatief, speciale economische onderzoekingen gehouden in bepaalde gebiedsdelen, die eveneens van grote waarde zijn om de welvaartstoestand te kunnen beoordelen. In de eerste plaats moet in dit verband gewezen worden op de zogenaamde districtsmonografieën, opgemaakt voor de vaststelling van de landrente aanslag.

Voorts is van belang te vermelden de instelling in 1902 van de ,, mindere welvaartscommissie" welke commissie belast was een enquête in te stellen naar de welvaartstoestand van de inheemse bevolking van Java en Madoera. Dit onderzoek werd ingesteld in 1904 en 1905 en de resultaten werden gepubliceerd in zeer uitvoerige verslagen. In 1904 verscheen, eveneens in opdracht van de regering, een boekwerk, dat getiteld was: „Koloniaal-economische bijdragen" bevattende: i°. de economische toestand van Java's bevolking, door

Mr. C. Th. van Deventer.

2°. de financiën van Indië door Dr. E. B. Kielstra.

3°. voorstellen ter verbetering van de welvaartstoestand op Java door Mr. D. Fock.

Een onderzoek, zoals door Mr. van Deventer ingesteld,

werd in 1920 opnieuw verricht door Dr. W. Huender; de resultaten hiervan zijn gepubliceerd in een boekwerk getiteld: „Overzicht van den economischen toestand der inheemsche bevolking van Java en Madoera."

In 1924 nam de Tweede Kamer een motie aan van het lid

stikker, Economie. 14

Sluiten