Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Karl Marx (1818—1883), die het socialisme ook vooral van de economische zijde heeft bekeken. Zijn boek „Das Kapital, Kritik der politischen Oekonomie" bevat o. a. de volgende redenering. Volgens hem worden alle goederen verruild in een verhouding, die afhankelijk is van de hoeveelheid arbeid daaraan besteed. Is aan een tafel 2 maal zoveel arbeid besteed dan aan een stoel, dan wordt één tafel verruild tegen 2 stoelen. Volgens hem is de arbeid dus de bron van alle waarde en derhalve moeten ook de arbeiders de volle opbrengst ontvangen van hetgeen zij hebben geproduceerd. Zij ontvangen echter slechts zoveel als nodig is voor hun eerste levensbehoeften (in de tegenwoordige tijd is het arbeidsloon in Europa meestal hoger dan nodig is voor de eerste levensbehoeften) en dat is in den regel minder dan hetgeen, waarop zij recht hebben. De „kapitalisten", dat zijn degenen, die de ,,macht" uitoefenen over de grond en de kapitaalgoederen, maken van hun macht gebruik om een deel voor zichzelf te houden in de vorm van pacht en rente. De arbeidskracht heeft dus een hogere waarde dan hetgeen de arbeider als loon ontvangt en het verschil tussen deze hogere waarde en het werkelijke loon noemt hij de meerwaarde. Alles wat de „kapitalisten" aan pacht of rente of ondernemerswinst ontvangen is dus eigenlijk „meerwaarde", dat aan de arbeiders onthouden wordt.

Het enige middel ter verbetering volgens Marx is, dat de grond en kapitaalgoederen in handen worden gesteld van de gemeenschap en deze gemeenschap zal dan alleen uit arbeiders bestaan. Volgens Marx zal deze toestand van zelf ontstaan, doordat het „kapitalisme" aan zijn eigen fouten te gronde zal gaan. Deze fouten zijn: er wordt bij de productie onvoldoende rekening gehouden met de behoeften, die moeten worden bevredigd, er is dus geen leiding bij de productie (behalve dan dat iedere ondernemer zich laat leiden door het streven om winst te behalen). Daardoor zullen er zich telkens overproductie en crisisverschijnselen voordoen. De klasse van kapitalisten zal daardoor op den duur steeds zwakker komen te staan, totdat tenslotte de arbeidersklasse de leiding der productie zelf in handen neemt. Om de arbeidersklasse in staat te stellen die leiding op zich te nemen moet men thans reeds beginnen de arbeiders zoveel mogelijk te ontwikkelen en tot zelfbewustheid te brengen.

Sluiten