Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I

De van Hasselts zijn al naar bed. Seffe werkt aan het laatste hoofdstuk. De regen waait in vlagen tegen de ruiten. Seffe schrijft langzaam. De juiste woorden willen vanavond niet komen, zijn gedachten dwalen af. Hij luistert naar de storm. Misschien dat het nu ook in Duitschland stormt. De wind giert langs het venstergat van de doodencel. Daarbinnen telt een jongen de uren van de nacht, morgen om zes uur komen ze hem halen. Hij luistert naar de geluiden van de wind, hoort hij daar al stappen op de gang ? Hij drukt zich in doodsangst tegen de muur. Maar er is niets dan de storm, die met hernieuwd bulderen het moedergeroep van de jongen overstemt. Hij slaat zijn handen stuk tegen de steenen muur als kon hij er een gat in slaan om door weg te vluchten, weg van de dood die hem wacht.

Sluiten