Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doffe plof van de bijl op het blok, zag ik niet het bloed en de laatste siddering der weerlooze lichamen. Hoe schreide ik dan met mijn hoofd in het kussen tot de morgen door de gordijnen schemerde. Vader en moeder, eens de symbolen van het goede en veilige, werden mijn vijanden. Waren zij niet groote menschen en alleen daarom al slecht. Zei mijn kinderverstand niet dat wie zulke leelijke dingen deed als het doodslaan van vastgebonden menschen, niet anders dan slecht kon zijn?

Wat was ik verontwaardigd! Wat heb ik mij geschaamd! Weten de ouderen wel wat zij hun kinderen aandoen door hen in couranten zulke berichten te laten lezen? Weten zij wel hoe zij daarmee de ziel van hun kind vergiftigen, hoe zij daarmee hun kinderen alle vertrouwen in de ouderen ontnemen? Dat zij zich niet schamen hun kinderen te toonen hoe het in de wereld der groote menschen toegaat. Dat zij de couranten niet uit hun handen rukken en zich verbergen voor de verschrikte oogen der kinderen die hen nawijzen: zóó slecht zijn jullie... Ik heb gepoogd me vertrouwd te maken met de doodstraf en de noodzakelijkheid er van in te zien. Ik heb geluisterd naar het verweer der groote menschen: oog om oog,

Sluiten