Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In het vertrouwde licht der lantaarns onder de hooge nachtlucht voelde hij een vreemd verlangen, soms naar Marianne, soms naar de Zachte stem van van Hasselt: ook niet omdat... omdat ik een jood ben?

Was het dan toch geen droom geweest? Sloot van Hasselt zich op omdat hij tobde over de jodenvervolging? Seffe maakte zich bezorgd, hij dacht aan de vouwen in van Hasselts gezicht die hij 's nachts had gezien als diepe donkere voren. Hij verweet zich dat hij van Hasselt in de steek liet. Misschien wacht hij tot ik bij hem aanklop, zou hij mij niet open doen? Soms stond hij voor de deur van van Hasselts kamer en luisterde, eenmaal hoorde hij papier ritselen.

Overdag gaf van Hasselt hem nauwelijks antwoord, soms heelemaal niet, dan keek hij Seffe aan met holle afwezige blik... Seffe durfde niets te vragen, wat kan een mensch ongenaakbaar zijn. Vader is in de lappenmand, zegt Eva, hij moet er ons niet mee lastig vallen.

's Nachts ziet Seffe de gezichten van Hanz en Louise. Hij knikt hen toe dat ze niet ongerust behoeven te zijn, hij zal hen nooit vergeten. 't Is nu toch buiten zijn schuld dat hij

Sluiten