Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De nacht was lang. Seffe corrigeerde drukproeven tot de letters voor z'n oogen dansten, elkaar de hand gaven en in drommen op hem toekwamen. Als mieren krioelden ze over z'n lijf. Hij wilde gillen, slaan, maar ze hadden hem in bedwang en begonnen te gonzen van plezier: Seffe gevangen, Seffe gevangen... Dan viel hij in een donkere put, hoog boven zich zag hij twee oogen die hem na staarden in zijn val, Seffe, daar ga je, je hebt je belofte verzaakt, rrrrt... hij schoot wakker met een gil: Marianne! In het donker zat hij overeind, luisterend en sliep in.

's Morgens las hij de brief nog eens voor de zekerheid en stak hem bij zich. Het was een heldere vriesdag. Als een zakenman stapte hij al om half negen de deur uit naar de trein. Vanuit hun kamers zagen Mevrouw van Hasselt en Eva hem na, ze hadden hem hooren scharrelen: hij had niet eens goedendag gezegd, de zonderling, die gaat op kamers uit. De kou beet in z'n gezicht, maar nu kwam het erop aan alles te trotseeren, hij trok er potverdikke op uit om zaken te doen en niet om te letten op kou.

Door de straten stroomden de fietsers naar hun kantoren, lange zwijgende stoeten. Al zijn

Sluiten