Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die hem altijd had getroost en in slaap gekust... was een ander, was hij zélf. Marianne woonde ginds in het huis, maar zijn Marianne had hij zelf gemaakt, die woonde in hém en was nu dood.

Hij wist het plotseling met pijnlijke zekerheid: die drie jaren van trouwe liefde aan Marianne waren vergeefsch. Zijn Marianne was geen Marianne van vleesch en bloed. Zij was een fantasie van hem zelf geweest. Hij was alleen, zonder iemand die van hem hield, zonder één mensch dat om hem treurde als hij stierf.

Had ze het gevraagd of niet: mag ik het lezen? En was het de levende Marianne of niet? Morgen brengt hij haar zijn boek. En dan zal hij 't haar zeggen: dat hij van haar houden wil en dat ze zonder het zelf te weten steeds zijn liefste is geweest. De regen stroomde, stroomde. Druipnat kwam hij thuis: gesterkt en met nieuwe hoop.

's Nachts zochten zijn handen naar een hand. Maar er was niets, niets, niets... hij schoot overeind en zag in het donker. De regen praatte tegen de ruiten: morgen. ♦. morgen... morgen...

Sluiten