Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

V

Seffe was moe. Moe van 't denken, moe van 't onbegrepen zijn. Hij lag veel op bed met de handen onder zijn hoofd naar het plafond te staren. Soms sliep hij in.

De dagen gingen langzaam en eentonig voorbij. Hevige regens sloegen tegen de ruiten. Waterzware Maartsche wolken dreven laag over.

Wat is het nutteloos zoo te leven... telkens de nacht af te wachten die bevrijdt... telkens de dag te beginnen zonder hoop en niets te weten... niets... niets... behalve dat al mijn weten niet-begrijpen is. En dat al mijn denken zelfs voor 't eenvoudigste ontoereikend is... Hinderlijk sterk voelde Seffe het leven van zijn lichaam. Het bloed klopte in zijn handen, in zijn slapen... waarom... waarom...

Alles is vergeefsch geweest: Hanz en Louise

Sluiten