Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zelfs voor een statistische verklaring, al te vaak het materiaal ontbreekt.

Om bijvoorbeeld de verschillen in huwelijksvruchtbaarheid te verklaren, moet men kunnen beschikken over een elementair gegeven als den leeftijd der huwenden, over gegevens omtrent den socialen staat der huwenden, en dergelijke gegevens, en deze dan in verband gebracht met de kerkelijke gezindte. Voor het Rijk ontbreken deze gegevens geheel en voor de gemeente Amsterdam een aantal voor de vroegere jaren.

Voor het eerst is bij de Volkstelling 1930 het verband onderzocht tusschen beroep en godsdienst. Doch als middel tot verklaring der hier behandelde verschijnselen in den loop der jaren, kan de toen verkregen uitkomst geen dienst doen, omdat het een momentopname is, en materiaal omtrent vroegere verhoudingen ontbreekt, waardoor niet kan worden nagegaan, welke veranderingen ten aanzien van de onderzochte materie hebben plaatsgegrepen.

De verklaring van de hier behandelde verschijnselen moet daardoor onvolledig blijven. Niet slechts geldt dit voor een onderzoek naar de demografische verhoudingen bij de Joden: het geldt eveneens voor elke andere op overeenkomstige wijze te onderscheiden groep.

Dit ontbreken van voldoende materiaal valt te meer te betreuren, omdat door de groote toeneming van de groep ,,geen kerkelijke gezindte" een onderzoek als het onderhavige — en wederom geldt dit niet alleen voor de Joden — toch reeds meer moeilijkheden ondervindt dan vroeger het geval was. In onderzoekingen van dezen aard is door de toeneming dier groep een element van onzekerheid gekomen, tengevolge van het kleiner worden van de overige groepen, waardoor het eigen karakter van elk der groepen in dit opzicht niet meer zoo sterk kan blijken1).

1) Doordat de Joden in aantal zooveel geringer zijn dan de overige groepen, geldt dit voor hen wel het meest. Reeds voor jaren schreef de directeur van het gemeentelijk bureau van statistiek te Amsterdam, als conclusie van een door hem ingesteld onderzoek: „Ook hier is een zekere afval van den godsdienst te constateeren, die zich o.a. in gemengde huwelijken uit en waardoor op den duur wellicht de verschillen in ras zullen worden uitgewischt en verschillende speciale kenmerken zullen verdwijnen. Dit proces is nog slechts in het beginstadium, doch het maakt vorderingen en het zal in ieder geval mettertijd dit gevolg hebben, dat statistisch dit volksdeel moeilijk meer afzonderlijk zal zijn te houden". J. H. van Zanten, „Eenige demografische gegevens over de Joden te Amsterdam". „Mensch en Maatschappij", 1926.

Sluiten