Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XVI. Kerkelijke gezindte en leeftijd van de in 1906 in het

huwelijk getreden vrouwen.

Kerkelijke gezindten

Aantal huwende vrouwen per 1000 vrouwen van iedere gezindte

Percentsgewijze verhouding der verschillende leeftijdsklassen bij de huwende vrouwen

Geboortejaren der huwende vrouwen

1886 en 1881-'85 1876-'80 1875 en Totaal daarna daarvóór

20 j. en 21-25 j. 26-30 j. 31 j. en jonger ouder

Israëlietisch 15,09 7,52 39,17 28,17 25,14 100,-

Protestantsch. . . . 15,67 10,21 53,53 20,38 15,89 100,-

Roomsch-Katholiek . 13,80 8,63 39,93 29,64 21,80 100,-

Overige gezindten. . 7,52 7,21 48,64 27,93 16,22 100,-

Geen kerkel. gez. . . 8,26 16,45 45,67 24,03 13,85 100,-

Totaal 14,82 9,70 48,70 23,62 17,99 100,-

boven den vijf-en-twintigjarigen leeftijd (53 procent). Dit percentage is belangrijk hooger dan het algemeen percentage (42 procent) en wordt benaderd door dat van de Roomsche huwende vroawen (51 procent).

Een overeenkomstig, doch nog iets uitgebreider onderzoek is ingesteld voor de huwenden in het jaar 1918, mannen zoowel als vrouwen, met deze beperking, dat het slechts betrekking heeft op de „jongmans" en „jonge dochters", m. a. w. op nog nimmer gehuwd geweest zijnde personen. De resultaten van dit onderzoek zijn vereenigd in tabel XVII.

Dat de uitkomsten van het jaar 1906 zoomin als die van het jaar 1918 toevallige zijn, blijkt uit de groote overeenstemming tusschen beide. Beperken wij ons weder tot die voor de Israëlietische gezindten, dan treft opnieuw, dat bij de vrouwen het percentage twintigjarigen en jongeren het laagst is van alle groepen en belangrijk beneden het algemeen gemiddelde ligt. Ook voor de 21—24-jarigen

Sluiten