Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een op hoogeren leeftijd huwen bij de Joden dan bij de niet-Joden.

Voor de geboortefrequentie zij n de verhoudingen, die uit bovenstaande cijfers blijken, voor de Joden ongunstiger dan voor de nietJoden.

Omtrent de jaren 1930—1931 is het mogelijk een verdeeling te geven van de huwende Joodsche mannen en vrouwen naar den leeftijd op het tijdstip van het huwelijk. Deze verdeeling vindt men in tabel XXI, waarbij tevens onderscheid is gemaakt tusschen zuiver Joodsche en gemengde huwelijken. Bij de beoordeeling van deze cijfers heeft men wel in het oog te houden, dat zij niet betrekking hebben op het aantal huwenden van elke leeftijdsgroep in verhouding tot het totaal aantal tot elke groep behoorende perwonen, zooals de vorige tabel aangeeft, doch op het aantal huwenden op zich zelf beschouwd.

Bijna twee derden van de huwenden, zoowel mannen als vrouwen, blijkt in deze jaren te zijn gehuwd in den leeftijd van 21—29 jaren. Van de mannen huwde een kleiner deel beneden dien leeftijd dan van de vrouwen.

De afwijkingen per leeftijdsgroep zijn het geringst tusschen de percentages omtrent het totaal aantal huwenden en het aantal huwenden met een Joodsche (n) partner, hetgeen grootendeels verklaard wordt uit de omstandigheid, dat het algemeene totaal wordt beheerscht door deze huwelijken. Overigens zij op dit punt verwezen naar bladzijde 63.

Het gemengde huwelijk bij Joden.

Omtrent de cijfers der gemengd huwenden zij verwezen naar bladzijde 55.

Alvorens de cijfers omtrent de gemengde huwelijken nader te beschouwen, zij er hier op gewezen, dat buiten beschouwing moesten blijven die huwelijken waarbij de Joodsche partij in een Joodschgemengd huwelijk nog vóór het sluiten van het huwelijk tot den godsdienst van de andere partij overging (het omgekeerde geval komt praktisch bijna niet voor) of bij het sluiten van het huwelijk opgaf godsdienstloos te zijn. Deze gevallen zijn statistisch niet na te gaan.

Sluiten