Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In de jaren 1931—1933 huwden

( P. I. vrouwen 18 = 18,8% 96 Portugeesch-Israël. mannen met j N. I. „ 54 — 56,2 „

(Andere ,, 24 = 25,0,,

l P. I. mannen 18 = 25,7% 70 Portugeesch-Israël. vrouwen met j N. I. „ 37 = 52,g

( Andere „ 15 = 21,4 „

l N. I. vrouwen 1271 = 78,9% 1610 Nederl.-Israël, mannen met < P. I. ,, 37= 2,3,,

( Andere „ 302 = 18,8 „

i N. I. mannen 1271 —83,0% 1532 Nederl.-Israël. vrouwen met j P. I. ,, 54= 3,5,,

( Andere „ 207 = 13,5 „

Van de door leden der Portugeesch-Israëlietische gemeente gesloten huwelijken was slechts ruim twintig procent een PortugeeschIsraëlietisch huwelijk. De inschrompeling dezer gemeente blijkt uit deze cijfers duidelijk. Meer dan de helft der huwenden, zoowel van de mannen als van de vrouwen, sloot een huwelijk met een lid der Nederlandsch-Israëlietische gemeente.

Overigens valt nog op te merken, dat het percentage gemengde huwelijken in den zin, waarin dit begrip hier is gebruikt, bij de Portugeesch-Israëlietische huwenden niet onbelangrijk hooger is dan bij de huwenden behoorende tot de Nederlandsch-Israëlietische gemeente.

Huwelijken tusschen bloedverwanten.

Het is bekend, dat huwelijken tusschen verwanten bij Joden veelvuldiger voorkomen dan bij de overige bevolking. Ook in Amsterdam is dit het geval, gelijk blijken kan uit onderstaande cijfers.

Het aantal huwelijken tusschen oom en nicht en neef en tante blijkt weinig beteekenis te hebben.

De cijfers tusschen haakjes achter de aantallen huwelijken tusschen neef en nicht geplaatst, geven de verhouding weer per honderd

Sluiten