Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ingezegende huwelijken voor het Rijk niet hooger zijn, doch lager dan die voor Amsterdam.

Voor de beide jaren waarop het onderzoek omtrent het Rijk betrekking heeft, 1914 en 1915, bedroegen de cijfers der Joodsche huwelijken en kerkelijk ingezegende huwelijken, onderscheidenlijk:

in procenten: 1914: 340 en 319 93,8 1915: 358 „ 340 94,9

terwijl het gemiddelde percentage te Amsterdam in die jaren 96,5 bedroeg.

Overigens blijkt, dat het percentage Joodsche kerkelijk ingezegende huwelijken nog steeds bijna drie maal zoo groot is als het algemeene percentage te Amsterdam, terwijl het tevens verre boven het Katholieke percentage uitsteekt

Het grootste deel dezer kerkelijk ingezegende huwelijken wordt gesloten door zooal niet ongeloovige, dan toch niet-orthodoxe Joden 1). Uit de hier gegeven percentages blijkt nu, dat op het gewichtige oogenblik van het huwelijk, hetzij uit traditie, hetzij uit andere oorzaken, de band met het Jodendom door het overgroote deel der huwenden toch zoo sterk wordt gevoeld, dat zij meer prijs stellen op een kerkelijke sanctie dan het geval is bij Protestanten en Katholieken.

Echtscheiding.

Gegevens omtrent het aantal echtscheidingen te Amsterdam verdeeld naar den godsdienst der gescheidenen, staan ons eerst sinds 1926 ten dienste.

1) In zijn classificatie der betrekkingen tot kerk en geloof, rangschikt J. P. Kruyt, in „De Onkerkelikheid in Nederland," 1933, blz. 17, deze personen tot de ongeloovige kerkelijkgezinden, een benaming, die vooral in het verband met de overige indeelingen der classificatie, de werkelijkheid benadert, doch in haar algemeenheid voor deze groep te ruim moet worden geacht.

Sluiten